Milieukeurmerken goed begrijpen – deel 1

De ontwikkeling van duurzame verpakkingen en drukwerk vraagt om inzicht in de hele cyclus en om kennis van de consument. Niet alleen het materiaal bepaalt de duurzaamheid, maar ook de oorspronkelijke grondstof, de voordelen voor het verpakte product en bijvoorbeeld de end-of-life-opties zoals recycling of compostering. De verpakking moet bovendien zo ontworpen zijn dat consumenten deze willen kopen en correct gebruiken.

Bij steeds meer consumenten neemt het vertrouwen in merken toe als ze laten zien dat ze een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat -ondanks de crisis- de consument weer bereid is meer te betalen voor duurzaamheid.

Een keurmerk kan je helpen om in de winkel een duurzaam product te kiezen. Maar er zijn zo’n 300 keurmerken en bedrijfslogo’s voor duurzaamheid: hoe weet je nog welke betrouwbaar zijn?

We willen graag even de meest gekende in onze industrie verduidelijken

De gebruikte keurmerken/logo’s op de verpakkingen kunnen ingedeeld worden in drie groepen:

  1. Logo’s die verwijzen naar het afgewerkte product en naar productieomstandigheden:
  2. Logo’s die verwijzen naar de oorsprong van de gebruikte grondstoffen
  3. Logo’s die helpen om te weten wat je met de verpakking kan doen op moment dat je ze niet meer nodig hebt

In de Eye Opener van februari gaan we de eerste groep even verder toelichten.

Het EU Ecolabel:

Het EU-Ecolabel wordt onafhankelijk gecontroleerd op Europees niveau.

Het EU-Ecolabel houdt rekening met de volledige levenscyclus van het product (dus vanaf de grondstof over productie en transport tot het product afval wordt).

Om het label te kunnen behalen, moet het product al heel milieuvriendelijk zijn. Op dit moment kunnen slechts tot 20% van de producten op de markt aan de strenge milieucriteria voldoen om dit EU-Ecolabel te kunnen behalen.

De certificering gebeurt door een onafhankelijk labo en is 3 jaar geldig (met jaarlijkse controle-audit).

Meer info: https://ec.europa.eu/environment/ecolabel/

Nordic Swan:

Het Nordic Swan Ecolabel is een Scandinavisch milieulabel.
Er gelden strenge milieueisen voor grondstoffen, toxiciteit en biologische afbreekbaarheid, afval, energie en uitstoot van schadelijke stoffen zowel naar water als naar lucht.
Op de website http://www.nordic-ecolabel.org kan het volledige lastenboek met alle criteria, die door het label gehanteerd wordt, geraadpleegd worden.

Wanneer papier dit keurmerk krijgt, komt het uit duurzaam beheerde bossen of is het hergebruikt. De verpakking moet herbruikbaar zijn. Papier met Nordic Swan Ecolabel is ook chloorvrij gebleekt.

Het keurmerk wordt door een geaccrediteerde, onafhankelijke partij gecontroleerd en is 3 jaar geldig, met jaarlijkse controle.

Je kan het keurmerk bv vinden op papier en ook op hygiënisch papier (WC-papier, servetten, keukenpapier).  

De Blauwe Engel:

Blauwe Engel is een Duits keurmerk dat al bestaat sinds 1978. Daarmee het oudste milieukeurmerk ter wereld. Dit label op een product zegt de consument dat het minder milieubelastend is dan soortgelijke producten en in het symbool ook waarom bv ‘energiebesparend’.

Verschillende papier(producten) hebben dit label. Deze producten bestaan dan uit minimum 80% tot 100% uit gerecycleerd papier met verschillende strenge criteria bij het gebruik van eventuele nieuwe vezels. Er zijn ook beperkingen in chemicaliën, toxische stoffen worden verboden en ook is er een verbod op chloorbleking en optische of andere witmakers.

De controle gebeurt door het Duitse instituut voor gezonheid, kwaliteit en labeling (RAL) en wordt om de drie jaar vernieuwd.

Het lastenboek met alle criteria die het label hanteert, kan worden geraadpleegd op http://www.blauer-engel.de.

NF keurmerk:

Het NF Environnement keurmerk is een Frans keurmerk dat ook op papier(producten) kan teruggevonden worden, bv op schriften en omslagen.

Het merk certificeert producten met een kleinere milieu-impact en garandeert dat de productie op milieuvriendelijke manier gebeurt en dat ook aan andere kwaliteitseisen werd voldaan.
AFNOR, l’Association française de normalization staat in voor de normalisatie en de controle wordt gedaan door onafhankelijke organismen aangeduid door AFNOR.

Dit label garandeert bv dat de producten bestaan uit minimaal 50% gerecylceerd papier of voor mimimaal 30% vezels afkomstig van duurzaam bosbeheer. Ook hier zijn er ook extra beperkingen in chemicaliën zoals verbod op chloorbleking en toxiciteit van bepaalde stoffen.

Er worden ook maximale emissienormen opgelegd (zowel voor water als lucht) voor schadelijke stoffen en er zijn beperkingen voor CO2-uitstoot en energieverbruik.

Daarnaast moet er ook een afvalbeheersplan opgesteld zijn en worden de producten getest op hun doelmatigheid.

Deze site https://marque-nf.com/ geeft meer info over het lastenboek.
De certificatie is drie jaar geldig met jaarlijkse controle.

In de Eye Opener van maart, zullen we de logo’s die verwijzen naar de oorsprong van de grondstoffen verder verduidelijken.

Dit artikel is onderdeel van een driedelige reeks. Lees ook:

Veerle Vanpanteghem
Op 1 december 2020 nam Veerle Vanpanteghem de rol van Business Development Manager op. Veerle studeerde af aan het Higro (nu Arteveldehogeschool Gent) waarna ze aan de slag ging bij drukkerij Meulemans (nu Autajon) als verantwoordelijke van het inktlabo.
Daar kreeg ze meteen een inleiding in de boeiende wereld van de colorimetrie en het belang van kleurconsistentie in de verpakkinsgwereld.
Men een tussenstap als application chemist in het R&D-labo van Lawter International (ontwikkeling van drukinktharsen) , werkte ze meer dan 20 jaar bij een grote drukinktleverancier als (Key) accountmanager, waar niet alleen de commerciële maar ook de technische aspecten steeds nauwgezet opgevolgd werden.
Op die manier deed ze zowel ervaring op in coldset, heatset, smallbaanrotatie en sheetfed en dit in verschillende toepassingsgebieden, zowel commercieel drukwerk, publicatie als labels en verpakking. Veerle bouwde hierbij ervaring op met gekende uitdagingen zoals kleurbeheer, duurzaamheid en voedingscontact. Ook werkte ze mee aan IWT-projecten rond migratieaspecten van bedrukte materialen.