JDF is relevanter dan ooit

Met het uitstellen van de belangrijkste grafische vakbeurs ter wereld vervalt de vierjaarlijkse media-update van CIP4 over JDF. En er werd al zo weinig geschreven over de industriestandaard, waarmee de sector ooit enorm vooruitliep op de ontwikkelingen. Intussen uit de belangrijkste oprichter voor het eerst openlijk kritiek op JDF.

Een industriestandaard is mogelijk het minst sexy onderwerp voor een vakbeurs. Toch lukte het Drupa in 2004 om van JDF het centrale thema te maken. Er was een JDF Parc, grote standhouders als Heidelberg en Man Roland pakten er mee uit, bezoekers stonden in de rij bij een speciale JDF-route van CIP4, de organisatie achter de standaard. Er ontstonden tijdens de Duitse vakbeurs zelfs levendige discussies. JDF was veel te ingewikkeld, machines en software die de standaard ondersteunden waren te duur en de samenwerkingsverbanden PrintCity en Networked Graphic Production (NGP) zouden met elkaar concurreren bij het invoeren van JDF-ondersteuning.

In de jaren na de beurs in Düsseldorf daalde het stof weer neer en begreep iedereen dat concurrentie en standaardisering elkaar uitsluiten. JDF lost een gemeenschappelijk probleem op: de uitwisseling van productie- en orderdata tussen software en machines in de grafische sector werd mogelijk gemaakt. Elke bewerking in zowel prepress, drukkerij als bij de nabewerking werd in de standaard eenduidig vastgelegd. Een digitale orderzak gaat sindsdien automatisch door het bedrijf, levert de nodige gegevens aan en slaat nieuwe gegevens op. De ordergegevens uit het management informatiesysteem (MIS) komen terecht in een job ticket, dat ook door, bijvoorbeeld, prepress-systemen wordt uitgelezen, zonder dat er allerlei programmeurs aan de slag moeten. Het prepress-systeem voegt gegevens toe die naar de drukpers worden gestuurd en stuurt via een andere route gegevens terug naar het MIS, bijvoorbeeld ten behoeve van de nacalculatie.

Onnodig ingewikkeld

Het idee was revolutionair. Het was alsof de industrie aan het eind van de vorige eeuw al voorzag dat Industrie 4.0 eraan zat te komen. Dankzij automatische gegevensuitwisseling worden ordergegevens maar één keer ingevoerd, wat het aantal fouten enorm vermindert. Bovendien zijn aanpassingen van de orderinformatie snel overal beschikbaar, net als de status van een order. Misschien nog wel het belangrijkste voordeel van standaardisering: toepassingen (software en/of hardware) waren eenvoudiger aan elkaar te koppelen. Voor de komst van JDF was het normaal dat de leveranciers naar elkaar wezen, als gegevens uit het MIS niet door de prepress-workflow verwerkt konden worden. Als gevolg daarvan raakten klanten ontevreden en bleef het lastig om de productie te automatiseren en te verbeteren.

JDF nam een groot deel van de discussie weg, maar verdween steeds meer uit het zicht. Dat is voor geaccepteerde standaarden gebruikelijk. Tijdens de Drupa-edities die volgden waren er kleinschalige presentaties voor een publiek van ingewijden. Bij de introductie van xJDF in 2016 leek het te gaan om een periodieke update die niet veel om het lijf had. In werkelijkheid werd de standaard op dat moment volledig op zijn kop gezet.

De elektronische orderzak is met xJDF geruisloos van het toneel verdwenen. Niet langer maakt een job ticket zijn virtuele wandeling door het hele bedrijf, waarbij informatie heen en weer wordt gestuurd tussen alle productieonderdelen. Dat principe maakte JDF onnodig ingewikkeld en werd in de praktijk nauwelijks gebruikt. Bij xJDF gaat de informatie steeds heen en weer tussen MIS en een specifieke machine of softwaretoepassing, wat meer aansluit bij de dagelijkse werkelijkheid in het grafische bedrijf. Bovendien maakt xJDF het voor ontwikkelaars eenvoudiger om de standaard te ondersteunen. De specificatie van xJDF bevat minder dan de helft van het aantal pagina’s dan voorganger JDF. Het logische gevolg: nog minder discussie.

Totaaloplossing

Toch uitte de top van Heidelberg onlangs kritiek op (x)JDF. De persenbouwer werkt aan een nieuw platform, inclusief eigen formaat voor data-opslag en uitwisseling. Voor de uitwisseling van gegevens tussen toepassingen van verschillende leveranciers schiet de standaard te kort, vindt Heidelberg. De uitlatingen zijn opmerkelijk, omdat JDF-pleitbezorger Rainer Prosi, de technisch directeur van CIP4, werkzaam is bij Heidelberg. De producent neemt bovendien nog steeds actief deel aan de technische ontwikkelsessies rond JDF.

Het is tekenend voor de rol die Heidelberg speelt als leverancier voor de grafische industrie. Het concern ambieert het om zo’n beetje alle apparatuur en software die een offsetdrukkerij nodig heeft te leveren. Software wordt daarbij steeds belangrijker. Enerzijds wil Heidelberg graag aansluiten bij belangrijke standaarden, anderzijds wil het een totaaloplossing verkopen. Wie alles bij Heidelberg aanschaft, weet zeker dat er optimale procesintegratie mogelijk is, zo luidt de standaardboodschap van de leverancier.

Met de opkomst van Industrie 4.0 komen daar voor Heidelberg nog allerlei mogelijkheden bij. Via het nieuwe platform kunnen andere leveranciers hun verbruiksgoederen aanbieden aan de klanten van Heidelberg. De verzameling van gegevens uit de workflow maakt het mogelijk om automatisch nieuwe rubberdoeken te bestellen of te voorspellen of onderhoud van de machine nodig is. Hoe meer Heidelberg-toepassingen worden gecombineerd, hoe beter de controle over de data en de mogelijkheden om deze te analyseren. Heidelberg is gestopt met de ontwikkeling van inkjetmachines, maar een andere aanbieder van inkjetmachines kan bij het systeem aanhaken. Zo krijgt Heidelberg meer controle over het aanbod. Uiteraard zit xJDF de ontwikkeling van zo’n systeem niet in de weg, het is eerder een nuttig hulpmiddel. Maar Heidelberg wil het middelpunt van de drukkerij worden en daarbij komt een eigen standaard de facto goed van pas.

Voor de industrie als geheel wordt de verdere ontwikkeling van (x)JDF alleen maar relevanter. De markt vraagt om gepersonaliseerde productie, kleinere oplagen en kortere levertijden. Daarvoor is procesintegratie nodig en dat betekent dat de communicatie op technisch niveau verbeterd moet worden. Industrie 4.0, Internet of Things, cloud computing en robotisering vragen om heldere standaarden voor gegevensuitwisseling. Voor de grafische sector vormt xJDF een mooi uitgangspunt, maar het is belangrijk dat CIP4 de belangen van de standaard beter promoot. Nu Drupa wordt uitgesteld naar 2021 ligt er een mooie kans om weer eens stevig uit te pakken en duidelijk te maken dat xJDF wel degelijk werkt.

Videostill van Rainer Prosi, CTO van CIP4, in een promotievideo voor JDF.

Alex Kunst
Verknocht aan het grafische vak, dol op snelle machines en verslaafd aan automatisering en workflow – schrijven over alles wat met prepress, drukkerij en afwerking te maken heeft (en alles wat daarvoor en achter zit) is de favoriete tijdsbesteding van Alex Kunst.