Het onderwijs kan drukwerk goed gebruiken
Het schooljaar is weer begonnen, de leerlingen gaan met de tassen volgepakt op weg. In hoeverre dienen de leermiddelen de leerling? Voegen papieren boeken nog iets toe of zijn ze uit de tijd?
Bij de start van het nieuwe schooljaar is de kwaliteit van het onderwijs steevast een gespreksonderwerp. Dat die kwaliteit onder druk staat, is al jaren onderwerp van gesprek. Voor de dalende kwaliteit worden allerlei oorzaken aangedragen, waaronder het lerarentekort en de grote klassen. De rol van de leermiddelen blijft echter onderbelicht. Dagblad De Morgen publiceerde een reportage over GO! Dit Vlaamse onderwijsplatform onderzoekt de kwaliteit van handboeken. Er is namelijk grote behoefte aan overzichtelijkheid.
Leerkrachten en scholen kunnen zelfstandig kiezen uit een groot aanbod van boeken en digitale leeromgevingen. Bij het ontwikkelen van leermiddelen kijken de uitgeverijen niet alleen naar de belangen van de leerlingen. Er moet ook omzet worden gemaakt. Die twee doelstellingen zijn in principe goed te combineren, maar soms zitten ze elkaar in de weg.
Invulboeken
We komen zo dadelijk nog op de gevolgen van digitale transformatie, maar eerst vestigen we de aandacht op het gedrukte boek. Daarop is kritiek. Toch zijn boeken voorlopig nog steeds noodzakelijk en hebben ze voordelen (waarover verderop meer). De kritiek: veel uitgeverijen komen al decennialang elk jaar met een gewijzigde herdruk van een geaccepteerde lesmethode. De verschillen tussen de huidige versie en de vorige zijn volgens de uitgever steevast “cruciaal.” Een boek doorverkopen of hergebruiken is daarom lastig.
Sinds enkele jaren liggen de zogenaamde invulboeken onder een vergrootglas. Eenmaal ingevuld zijn de boeken waardeloos en dus moeten er nieuwe invulboeken worden aangeschaft. Het is mogelijk om de antwoorden apart op te schrijven in een schrift, mits de oefening geen ingewikkelde tabellen of illustraties bevat. Maar dan wordt er van zowel de docent als de leerling gevraagd om daarover actief na te denken. Beide partijen hebben wel iets beters te doen.
iPad of schoolboek
De leerlingen (en hun ouders) steeds opnieuw dwingen om oude boeken weg te gooien en nieuwe boeken te kopen, is voor de uitgeverijen een mogelijk een lucratief verdienmodel. De drukkerij is er vast ook content mee. Het is echter een strategie voor de korte termijn. Door het belang van de leerling (kostenbesparing) ondergeschikt te maken aan dat van de eigen omzet, duwen de uitgevers het onderwijs richting het alternatief, namelijk het beeldscherm. Het is zeer de vraag of de leerling daarmee beter af is.
De digitale transitie in het onderwijs heeft ondertussen de wind in de rug. Vraag een leerling wat hij liever heeft – een tas vol schoolboeken of een iPad – en het antwoord laat zich raden. De keuze voor een beeldscherm heeft daarbij een extra onderbouwing: je hoeft geen boeken weg te gooien – beter voor het milieu!
Investeren in schermen
Maar, wanneer een school eenmaal is overgestapt op de papierloze werkomgeving, blijkt de doos van Pandora geopend. Allereerst moet de school kiezen voor een apparaat dat de leerling moet aanschaffen: een iPad, een Chromebook, een Windows laptop, een Macbook of toch gewoon de smartphone. Vervolgens is er de vraag van de versie van apparaat en besturingssysteem en welke browsers wel of niet worden ondersteund door de gebruikte software. Het is daarbij te hopen dat een vervolgopleiding precies dezelfde eisen stelt aan de apparatuur, want anders is er meteen de vraag naar weer een nieuwe investering.
Als de leerlingen eenmaal zijn voorzien van het juiste scherm, dan kunnen ze in principe aan de slag met de software waarvoor de school heeft gekozen. Dat zijn meestal meerdere pakketten, waarvoor telkens apart moet worden ingelogd. Software is bedoeld om mensen te helpen, maar niet elke ontwikkelaar houdt zich aan die regel. Het bijhouden van resultaten en het opslaan van werk, volgt per pakket een geheel eigen logica. Docenten krijgen daardoor wel eens het idee dat de leerlingen leren hoe ze met een computer moeten omgaan. In werkelijkheid leren ze alleen hoe ze zich moeten verplaatsen in de gedachtenkronkels van de software-ontwikkelaar en hoe ze moeten omgaan met de grillen en grollen van allerlei softwarepakketten. Over de werking van de computer leren ze niets.
Chatbots
De bediening van de software wordt vaak extra bemoeilijkt door de ingebouwde beveiliging. Niet alleen moeten de leerlingen worden beschermd tegen computercriminelen, de software moet er ook voor zorgen dat de leerling zijn antwoorden niet opzoekt of genereert via Google of ChatGPT. Zo ontstaat een kat-en-muisspel tussen de softwarebeveiliging en de leerling.
Tel daar nog eens alle nadelen van het werken met een scherm bij op. Jongeren brengen hun vrije tijd al grotendeels door met het kijken op de smartphone. Tijdens de lesuren gaat het beeldschermkijken onverminderd door. Dat beeldscherm biedt veel afleiding in de vorm van social media, video-platformen, gok-websites, e-commerce en eindeloos veel content en entertainment. Bovendien, verschillende studies en onderzoeken tonen telkens weer aan dat leerlingen die teksten van papier lezen, hoger scoren op tekstbegrip. Scrollen heeft een negatieve invloed op het leesproces.
Beter drukwerk
Ondertussen staan de ontwikkelingen in drukwerk niet stil. Als de actualiteit zo’n belangrijke rol speelt bij het samenstellen van boeken, waarom dan niet kiezen voor printing on demand? Deel het boek op in delen met een korte en lange houdbaarheid. Zorg ervoor dat de opdrachten eenvoudig in een apart schrift kunnen worden beantwoord. Of, als u echt geen afscheid kunt nemen van het scherm, combineer print en web met bijvoorbeeld een QR-code, zodat de antwoorden online kunnen worden ingevuld. Kortom, gebruik het gedrukte boek niet als melkkoe, maar zorg dat het waarde toevoegt voor de leerling. Zolang het onderwijs vraagt om een kwaliteitsimpuls, ligt er voor de uitgeverijen en boekenontwikkelaars een opdracht om die mede tot stand te brengen.
