Het geheim van kunstmatige intelligentie
Het is een label dat overal op wordt geplakt: kunstmatige intelligentie, ook wel Artificial Intelligence (AI). Maar wat is het eigenlijk? En hoe serieus moet je een leverancier nemen die ermee adverteert?
“Leuk, maar kan het ook koffiezetten?” Dat was eind vorige eeuw de standaardopmerking waarmee een manager een overenthousiaste computerprogrammeur op zijn plaats zette. Die opmerking zullen ze tegenwoordig niet snel meer maken. Programmeurs en software worden nu met ontzag benaderd. En daarbij: koffiemachines zitten nu inderdaad vol met software.
Waar men ICT vroeger zag als het domein van nerds, die alleen maar complexiteit en nieuwe kostenposten toevoegden, hebben techreuzen als Google, Facebook en Apple bewezen dat er met software wel degelijk een goede boterham te verdienen valt. Sterker nog, geen mens of bedrijf kan meer zonder. Mocht er nog iemand sceptisch zijn over het belang van investeren in software, dan is er nu een verkoopargument dat iedereen vloert: kunstmatige intelligentie. Maar kunstmatige intelligentie in letterlijke zin bestaat niet. Zo, dat is eruit.
Aan en uit
Over de definitie van “intelligentie” hebben wetenschappers – vooral filosofen zijn er druk mee – bibliotheken volgeschreven. De Nederlandse wetenschapper Vincent Icke schreef onlangs in dagblad NRC dat we zelfs geen flauw idee hebben van de intelligentie van een cavia. Hoe zouden we dan een programma intelligent kunnen noemen? Laten we het er voor nu op houden dat er geen sluitende definitie is. De term kunstmatige intelligentie of AI verwijst in de eerste plaats naar een computerwetenschap. Maar in de praktijk wordt het vooral gebruikt als marketingterm.
In plaats van het hoofd te breken over de definitie van intelligentie, is het interessanter is om na te denken over wat software eigenlijk is. Software voert taken uit en gebruikt daarvoor een of andere vorm van een computer (zoals een smartphone, laptop, tablet-pc). Die computer kent twee waardes: aan en uit. In de informatica wordt dat weergegeven als 0 en 1. Als je maar genoeg nullen en enen combineert kun je van de computer een rekenmachine maken en een programmeertaal samenstellen waarmee je software maakt. In de basis komt zo’n taal neer op een serie opdrachten die allemaal zijn terug te leiden tot “als dit waar is, doe dan het volgende”. Daarmee kun je eindeloos doorprogrammeren. Er bestaan allerlei varianten en uitbreidingen op die opdracht, maar voor nu voert dat te ver.

Object georiënteerd
Door de jaren heen werd niet alleen de software steeds beter en uitgebreider, ook de manier waarop we programmeren ontwikkelde zich en er ontstonden allerlei nieuwe en efficiëntere programmeertalen. Software werd vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw steeds vaker opgebouwd uit losse componenten die voor meerdere doelen gebruikt kunnen worden. Die componenten worden steeds opnieuw verbeterd. Een programmeur beschikt daarom over een uitgebreide en snelgroeiende bibliotheek van bouwstenen waarmee hij zijn projecten in elkaar kan zetten. Die bouwstenen worden bovendien steeds veelzijdiger en efficiënter.
Als een goede ontwikkelaar daarmee maar lang genoeg intensief aan de slag gaat, bouwt hij programma’s die over magische of “intelligente” eigenschappen lijken te beschikken. Zo kan software bepaalde (afwijkingen van) patronen vaststellen en op die manier zelf nieuwe coderegels aan de programmatuur toevoegen. Het lijkt dan alsof de computer zichzelf iets heeft “geleerd”. In werkelijkheid voert het programma de instructies uit van de programmeur. De automatisch toegevoegde coderegels liggen in het verlengde van deze instructies. Een robotarm bij de vouwmachine gaat niet ineens spontaan leren hoe hij een offsetpers kan bedienen.
Foefjes
Vaak voegt de ontwikkelaar grappige trucjes toe aan zijn programma, om de gebruiker te laten geloven dat de computer echt nadenkt. Wie een opdracht geeft aan de geruchtmakende chatbot ChatGPT ziet daarna dat zijn scherm zich regel voor regel vult met tekst. Zo lijkt het alsof de computer razendsnel zit te typen wat hij ter plekke bedenkt. De tekst wordt uiteraard in één keer gegenereerd en de programmeur heeft er voor gekozen om hem als een hyperintelligente supertypist weer te geven – puur voor het effect. Het is waanzinnig knappe software, maar intelligent is het niet. Laat staan magisch.
Door het label AI op bijvoorbeeld planningssoftware te plakken, krijgt de gebruiker het gevoel dat het programma waarmee hij werkt iets doet wat zijn verstand te boven gaat. Dat maakt AI tot een geweldig verkoopargument en dat is een groot voordeel. De term AI zorgt voor draagvlak. Waar een investering in software in meer conservatieve kringen van de industrie lange tijd werd gezien als geldverspilling, is iedereen nu overtuigd van de meerwaarde. Computerprogrammeurs werden in het recente verleden vaak als wereldvreemde en onbegrijpelijke types gezien, die de bedrijfsvoering bemoeilijkten, of in het beste geval banen om zeep hielpen. Tegenwoordig wordt voor een programmeur de rode loper uitgelegd.
Fast forward
Er schuilt ook een gevaar in het bewieroken van AI. Software wordt aangeschaft met de verwachting dat het pakket vanzelf alle problemen oplost. Tijdens VIGC’s BOPE-event in Gorinchem stipte FourPees CEO Tom Peire het al aan: software wordt verkocht als “oplossing”, maar het is in feite een product. De oplossing zit in de implementatie die volgt op de aanschaf van de software.
Een ander nadeel van de term AI, is dat de nadruk komt te liggen op de gevaarlijke kanten ervan. Het ding is immers “intelligent” en dus in potentie net zo slecht als een mens – zo wordt wel eens gedacht. Dat zit het benutten van de mogelijkheden in de weg. Een voorbeeld: de muziekindustrie probeerde ooit met rechtszaken het dupliceren van CD’s en het streamen van muziek tegen te houden. Daarmee liepen de platenmaatschappijen enorme kansen mis. Diezelfde muziekindustrie wil nu een verbod op computer gegenereerde muziek. Het meest recente voorbeeld is de commotie rond een AI-productie die leek op het werk van Drake en The Weekend. Het is wachten op het moment waarop deze artiesten de technologie zelf inzetten voor hun eigen producties – als ze dat niet al hebben gedaan.
Onlangs hielden kopstukken uit de techwereld (waaronder bitcoin-investeerder en ruimtevaartpionier Elon Musk) een pleidooi om op de “pauzeknop” te drukken bij de ontwikkeling van AI. We kunnen er genoeglijk vanuit gaan dat deze pleitbezorgers zelf geen moment stoppen met de ontwikkeling. Bovendien leerden we – wederom tijdens BOPE – van China-kenner Ed Sanders, dat men in andere delen van de wereld juist op de fast forward knop drukt.
Doorvragen
De ontwikkeling van AI is niet te stoppen. Maar het is en blijft software. Foutloze software bestaat niet, er zijn altijd beperkingen en van intelligentie is dus geen sprake. Slechte programma’s of producten die niet passen bij het bedrijf kunnen voor enorme financiële tegenvallers zorgen. Het is daarom goed om stil te staan bij de betekenis van een kreet als AI, wanneer er een nieuw product mee wordt aangeprezen. Alvorens te investeren, is doorvragen verstandig. Wat bedoelt de verkoper met AI? Hoe gebruikt het programma (of de machine) AI? Hoe “intelligent” is het eigenlijk? Wat zijn de beperkingen en krijg ik het onder controle? Hou daarbij altijd in het achterhoofd: het is maar software.