Duurzame uitdagingen voor inkjet
Duurzaamheid was het onderschoven kindje bij het inkjet-evenement Hunkeler Innovation Days (HID) in maart. Wanneer het de industrie lukt om de uitdagingen op het gebied van recyclage te overwinnen, ligt er voor inkjet een leidende rol weggelegd.
Digitaal drukwerk heeft in theorie uitstekende kaarten als het gaat om duurzaamheid. In tegenstelling tot traditionele drukmethoden als offset of flexo, wordt er alleen afgedrukt wat nodig is. De klant hoeft geen voorraden aan te houden of overbodig drukwerk weg te gooien. Bij de productie zijn allerlei verbruiksmaterialen, zoals ctp-platen en rubberdoeken, niet nodig.
Van alle digitale drukmethoden heeft inkjet op zijn beurt weer de beste kaarten om in de huidige marktvraag te voorzien. Uitstekend geschikt voor zowel kleine oplagen als unieke afdrukken en een redelijke productiesnelheid. Dat maakt het des te vreemder dat er tijdens HID maar weinig aandacht was voor duurzame productie.
HID is het tweejaarlijkse open huis van Hunkeler in het Zwitserse Luzern. Hunkeler is leverancier van inline afwerkapparatuur voor, met name, hoogvolume inkjet. Door de jaren heen groeide het evenement uit tot een inkjetbeurs waar alle grote inkjetproducenten met hun machines zijn vertegenwoordigd. Bij die machines lag het accent tijdens de editie van 2023 op meer productiviteit en bredere inzetbaarheid. Elke producent had weliswaar zijn boodschap klaar over duurzaamheid en milieuvriendelijkheid, maar zette die zeker niet voorop.
Testen en beoordelen
Inkjet en milieuvriendelijk produceren was tijdens HID allerminst een belangrijk thema. Wellicht omdat bij inkjet recyclage een knelpunt is. Eenmaal in het recyclagebedrijf blijkt het namelijk vaak lastig om de inkt uit inkjetproducten te verwijderen. En dat terwijl het belang van recyclage de komende jaren alleen maar toeneemt, door nieuwe wetten en regelingen van zowel de lokale overheden als de EU. Bovendien neemt de beschikbaarheid van goedkope grondstoffen voor papierproductie af. Voor de grafische industrie in zijn geheel is recyclage een belangrijk punt om zijn duurzame productie te verdedigen.
Inkjet gooit roet in het eten. De belangrijkste partij voor het beoordelen van de mate van recycleerbaarheid, het Duitse INGEDE, gaf in het verleden regelmatig te kennen dat inkjet onder de maat blijft. Ruwweg zijn offset-inkten en droge toner redelijk geschikt voor hergebruik. Voor inkjet en vloeibare toner geldt dat een stuk minder. Voor de beoordeling gebruikt INGEDE de zogenaamde Method 11. Deze test mondt uit in een rapport met daarin een score – gebaseerd op de Deinking Scorecard van European Paper Recycling Council (EPRC) – die bepaalt in hoeverre een product te ontinkten is.
Bij deze test gaat het steeds om een specifieke combinatie van substraat en inkt. Enkele producenten scoren met een aantal van hun producten voldoende voor de test. Toch lopen ze daarmee niet te koop. Er is immers op dezelfde machine altijd wel een combinatie van papier en inkt mogelijk die nog niet is getest. Het is daarom verstandig om een slag om de arm te houden. Op een van de stands van HID vertelde een medewerker dat zijn organisatie geen reclame maakte met de ontinktbaarheid van hun producten, uit vrees voor beschuldiging van greenwashing.
Ambiëren en bagatelliseren
Daarmee zet het ontinktingsvraagstuk een streep door de duurzaamheidsrekening van de inkjetindustrie. Een oplossing hiervoor vinden is niet eenvoudig, er zijn namelijk diverse tegenstrijdigheden die dat in de weg zitten. Allereerst is er de constatering dat inkjet maar een klein percentage van de gehele drukwerkmarkt uitmaakt. Bovendien, de meest vervuilende producten, zoals fotoboeken, zijn voor langdurig gebruik en komen daarom zelden bij het ingezameld papier terecht. Hoe zou zo’n kleine hoeveelheid invloed kunnen hebben op de recyclage van het totaal? Moeten de machinebouwers en inktproducenten hun dure R&D-afdeling belasten met zo’n marginaal probleem?
Het standpunt van INGEDE luidt echter dat er maar een kleine hoeveelheid inkjetproducten nodig is om een grote hoeveelheid ingezameld papier te vervuilen. En dan nog iets: inkjetproducenten zien heel graag het percentage inkjet in de drukwerkmarkt groeien. De machines die werden getoond tijdens HID blonken uit in nóg hogere productiviteit en nóg diversere toepasbaarheid. Verschillende stands presenteerden de mogelijkheid om ook in lagere (lees: goedkopere) kwaliteit te produceren, wat inkjet voor een breder publiek interessant maakt. Die interesse is er daadwerkelijk, zoals ook blijkt uit het grote aantal bezoekers van HID.
Hechten en loslaten
Nog een tegenstrijdigheid: de technische eisen aan het inkjetproduct. Enerzijds moet de inkt goed hechten aan het papier, om te zorgen voor de juiste kwaliteit en duurzaam gebruik mogelijk te maken. Anderzijds moet de inkt bij het recyclageproces snel loslaten. De ene eis zit de andere behoorlijk in de weg. Sommige producenten boeken uitstekende resultaten, maar andere – en dat zijn zeker niet de kleinste producenten – worstelen enorm met het probleem. Een papierproducent biedt een mogelijke oplossing door een speciale coating aan te brengen op het papier. De inkt hecht uitstekend op de coating en niet op het papier. De coating wordt inclusief inkt eenvoudig losgemaakt van het papier bij het ontinktingsproces. Nadeel van het papier: de hoge prijs.
Verzamelen en scheiden
De belangen van de diverse onderdelen van de keten zijn ook met elkaar in strijd. In het verleden werd er door een samenwerkingsverband van inkjetproducenten gepleit voor gescheiden inzamelingsstromen en andere manieren van ontinkten. INGEDE, dat is opgericht door grote papierfabrikanten, stelt dat hiermee het probleem bij de papier- en recyclageindustrie wordt neergelegd. In de week na HID organiseerde INGEDE een symposium waar onder meer werd gesproken over het sorteren van papierafval. Er zijn ontwikkelingen op basis van kunstmatige intelligentie en camera-inspectie. De ideale oplossing is echter nog ver weg.
Tot voor kort gebeurde het scheiden van afval vaak in landen als China. Nog steeds wordt er papierafval vanuit Europa naar andere delen van de wereld verscheept. De verwachting is echter dat dit in de nabije toekomst afneemt. De tendens is dat we steeds meer ons eigen afval moeten verwerken.
Het scheiden van afvalstromen aan de kant van de inkjetgebruiker is een uitdaging. Inkjet wordt vaak ingezet in een hybride productieomgeving, waarbij afhankelijk van de oplage wordt geschakeld tussen offset en digitaal drukwerk. De kwaliteit van de twee technieken is daarbij zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. De eindklant heeft meestal geen idee welke druktechniek er is gebruikt. In enkele gevallen worden inkjet en offset gecombineerd, zoals een digitaal gedrukt katern in een boek dat verder in offset is gedrukt. Gescheiden inzameling is in dergelijke gevallen uiterst lastig.
Aanleveren en ontvangen
Het recyclagebedrijf is de ontvangende partij en heeft belang bij kwalitatief goede grondstoffen die gesorteerd worden aangeleverd. De manier waarop organisaties en consumenten met afval omgaan is de afgelopen decennia al sterk veranderd en die ontwikkeling zet door. De bal ligt daarom vooralsnog bij de producenten – de inktfabrikanten en de machinebouwers. Aan hen de taak om het drukwerk zo goed mogelijk ontinktbaar te maken. Daarmee maken ze de weg vrij voor een duurzame grafische industrie, zonder de nadelen van traditionele productiemethoden en met de voordelen van digitaal.