Creatief onderwijs in beweging: minder focus op tools, meer op inzicht, wendbaarheid en AI
VIGC als brug tussen onderwijs en werkveld
VIGC werkt nauw samen met opleidingsinstellingen in binnen- en buitenland. Dat doen we vanuit de overtuiging dat innovatie in onze sector niet alleen draait om de bedrijven en professionals van vandaag, maar minstens evenzeer om de mensen die morgen in onze sector aan de slag gaan.

Daarom probeert VIGC ook zijn rol naar toekomstige werknemers in de grafische en creatieve industrie actief op te nemen. Een goede aansluiting tussen onderwijs en werkveld is daarbij essentieel. Welke kennis hebben bedrijven nodig? Welke technologieën moeten studenten leren kennen? En vooral: welke vaardigheden hebben zij nodig om ook over vijf of tien jaar nog mee te kunnen in een sector die technologisch steeds sneller verandert?
VIGC staat dan ook graag klaar om die verbinding tussen onderwijs en werkveld te ondersteunen, zowel via ad-hocinitiatieven als via meer structurele samenwerkingen.
Een mooi voorbeeld daarvan is het onderzoek van het practoraat Technologie als Partner van Creatieve Makers, verbonden aan SintLucas in Eindhoven en Boxtel en waaraan ook het Grafisch Lyceum Utrecht deelneemt. In het voorjaar van 2026 namen 55 professionals uit de creatieve sector deel aan een enquête over het gebruik van creatieve software, alternatieven voor Adobe én hun verwachtingen van het creatieve onderwijs. De oproep voor het onderzoek werd onder andere verspreid via de nieuwsbrieven van BNO, KVGO en VIGC. De enquête bestond uit zestien meerkeuzevragen en twee open vragen.
De resultaten leveren een interessant dubbelbeeld op. Adobe is vandaag nog duidelijk de professionele standaard. Maar tegelijk lijkt het onderwijs er verstandig aan te doen zich juist mínder op één specifieke softwareomgeving te richten. Niet de tool, maar het inzicht in wat je ermee doet, wordt steeds belangrijker.
Adobe blijft voorlopig de professionele standaard
Om de resultaten goed te interpreteren, is het belangrijk te kijken naar wie aan het onderzoek deelnam. Het gaat om een behoorlijk ervaren groep creatieve professionals. Van de 55 respondenten werken er 25 als grafisch ontwerper en 13 in marketingcommunicatie. Daarnaast zijn onder meer publishing, UX-design en multimedia/video vertegenwoordigd.
Maar liefst 88 procent heeft meer dan vijf jaar werkervaring. Voor 76 procent is creatieve software een essentieel onderdeel van het dagelijkse werk. Ook het kennisniveau ligt hoog: 34 procent omschrijft zichzelf als expertgebruiker en 49 procent als gevorderde gebruiker. Slechts 17 procent beschouwt zichzelf als gemiddelde gebruiker.
Binnen die groep is de positie van Adobe nog altijd bijzonder sterk. Photoshop wordt door 45 van de 55 respondenten gebruikt, Illustrator door 42 en InDesign door 41.
Alternatieven zijn aanwezig, maar de aantallen liggen aanzienlijk lager. Zes respondenten gebruiken Affinity Photo, vijf Affinity Designer en twee Affinity Publisher. Figma telt 16 gebruikers en Canva 13.
Ook de tevredenheid over Adobe blijft relatief hoog: ruim 71 procent van de respondenten geeft aan tevreden tot zeer tevreden te zijn over Adobe-software in het algemeen.
Het prijskaartje zet wel aan tot nadenken
Die tevredenheid betekent niet dat er geen kritische kanttekeningen zijn. Vooral de verhouding tussen prijs en kwaliteit springt eruit.
Slechts 42,4 procent van de ondervraagden is tevreden tot zeer tevreden over de prijs-kwaliteitverhouding van de gebruikte software. Er ontstaat dus een duidelijk verschil tussen de waardering voor wat de software kan en de waardering voor wat ervoor betaald moet worden.
Toch staat een massale uittocht bij Adobe niet meteen voor de deur. 68 procent van de respondenten geeft aan niet te zijn overgestapt naar andere creatieve software en dit ook niet te overwegen. Daar staat 32 procent tegenover die al wel is overgestapt of een overstap serieus overweegt.
De prijs-kwaliteitverhouding is daarbij de belangrijkste aanleiding. Dertien respondenten noemen de kosten als voornaamste reden om alternatieven te onderzoeken. Functionaliteit volgt met acht vermeldingen.
Er zijn ook concrete bewegingen zichtbaar. Een overstap van Adobe naar Affinity werd vijf keer genoemd. Vier respondenten vermeldden een overstap van Adobe XD naar Figma. Alternatieve ecosystemen winnen dus voorzichtig terrein, vooral in niches waar kosten of specifieke functionaliteit een doorslaggevende rol spelen.
Voor Affinity, Figma en open-sourceprojecten liggen er bijgevolg kansen, maar op basis van deze resultaten blijft Adobe voorlopig duidelijk de norm onder creatieve professionals.
Maar moet het onderwijs daarom vooral Adobe aanleren?
Precies daar wordt het onderzoek interessant. De professionele praktijk van vandaag geeft namelijk niet automatisch het antwoord op wat studenten voor morgen moeten leren.
Toen dezelfde professionals werd gevraagd welke koers het creatieve onderwijs de komende vijf jaar zou moeten varen, kwam een duidelijke verschuiving naar voren: minder nadruk op software-specifieke vaardigheden en meer aandacht voor creatieve basiskennis, technologische wendbaarheid en AI-competenties.
Dat betekent niet dat softwarekennis onbelangrijk wordt. Integendeel. De respondenten vinden een stevige basis in de fundamentele principes van creatieve software onmisbaar. Alleen verschuift de aandacht van het beheersen van één bepaalde applicatie naar het begrijpen van de principes erachter.
Bij de vraag welke basisvaardigheden studenten absoluut moeten beheersen, staan lay-out en typografie samen met de principes van creatieve software bovenaan, beide met 48 stemmen. Bij die softwareprincipes gaat het bijvoorbeeld over lagen, kleurruimtes, resolutie, vectoren en stijlen.
Daarna volgen AI-tools binnen creatieve processen met 41 stemmen, illustratie en vectordesign met 38, workflow en bestandsbeheer met 37 en beeldbewerking met 35 stemmen.
Begrijpen wat je doet, wordt belangrijker dan weten waar de knop staat
Daarmee raken de resultaten aan een ontwikkeling die voor zowel onderwijsinstellingen als werkgevers bijzonder relevant is.
Software verandert. Interfaces veranderen. Nieuwe toepassingen verschijnen en bestaande pakketten krijgen nieuwe mogelijkheden. De kans is bovendien groot dat AI de manier waarop creatieve software wordt gebruikt ingrijpend blijft veranderen.
Wie uitsluitend heeft geleerd waar een bepaalde functie in een bepaald programma zit, kan daardoor relatief snel met verouderde kennis zitten. Wie daarentegen begrijpt waarom je met lagen werkt, wat het verschil tussen vector- en pixelinformatie is, hoe kleurbeheer functioneert, wat resolutie betekent of hoe een goede typografische hiërarchie wordt opgebouwd, kan die kennis meenemen naar andere softwareomgevingen.
De professionals in het onderzoek verwachten daarom dat studenten vooral moeten begrijpen hoe digitale creatie werkt. Vanuit die basis kunnen ze zich later veel gemakkelijker nieuwe software eigen maken.
De opvallende paradox is dus dat Adobe vandaag nog zeer dominant is, terwijl het onderwijs volgens de bevraagde professionals juist minder afhankelijk zou moeten worden van één specifieke tool.
AI wordt een basisvaardigheid
Daar komt uiteraard AI bij. De respondenten zien artificiële intelligentie niet als een los specialisme voor een kleine groep studenten, maar steeds meer als een standaardvaardigheid binnen het creatieve proces.
Studenten moeten volgens hen leren hoe ze AI effectief, kritisch én verantwoord kunnen inzetten.
Dat is een belangrijk onderscheid. Het gaat niet uitsluitend om het kunnen bedienen van een generatieve AI-tool. De meerwaarde ligt juist in het kunnen beoordelen van resultaten, het maken van creatieve keuzes en het begrijpen wanneer en waarom technologie binnen een workflow zinvol is.
De verwachting is bovendien dat AI steeds meer uitvoerende werkzaamheden zal automatiseren. Daardoor kan ook de rol van de creatieve professional veranderen.
Van uitvoerder naar creatieve regisseur?
Als technologie een groter deel van de uitvoering voor haar rekening neemt, verschuift de toegevoegde waarde van de professional. Conceptontwikkeling, creatieve regie, kritisch denken en het maken van bewuste technologische keuzes worden volgens de respondenten belangrijker.
Dat betekent niet dat traditionele creatieve vaardigheden verdwijnen. De onderzoeksresultaten wijzen eerder op het tegenovergestelde. Typografie, compositie, beeldbewerking en algemene ontwerpprincipes blijven essentieel. Technologie verandert, maar de onderliggende ontwerpprincipes behouden hun waarde.
De professional van morgen moet die fundamenten alleen kunnen combineren met nieuwe technologie.
Daarmee ontstaat een profiel waarin vakkennis, creativiteit en technologie veel sterker in elkaar grijpen: iemand die begrijpt wat een goed ontwerp is, digitale processen doorgrondt, verschillende tools kan inzetten, AI kritisch kan gebruiken en zelf de regie over het creatieve proces behoudt.
Wendbaarheid misschien wel de belangrijkste vaardigheid
En daar komt nog een laatste element bij: levenslang leren.
De software die studenten vandaag tijdens hun opleiding gebruiken, zal niet noodzakelijk de software zijn waarmee zij over tien jaar werken. Nieuwe spelers kunnen opkomen, bestaande ecosystemen kunnen veranderen en AI kan workflows creëren die we vandaag nog niet kennen.
Volgens de bevraagde professionals moeten opleidingen studenten daarom voorbereiden op een carrière waarin voortdurend nieuwe tools en werkwijzen ontstaan. Het vermogen om zich aan te passen wordt minstens zo belangrijk als de technische kennis die iemand op een bepaald moment bezit.
Dat maakt de discussie over Adobe versus alternatieven uiteindelijk groter dan de keuze tussen Photoshop, Affinity Photo, Illustrator, Figma of een open-sourceoplossing.
Geen keuze tussen vakmanschap en technologie
De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is misschien wel dat we niet hoeven te kiezen tussen traditionele ontwerpvaardigheden en nieuwe technologie.
De creatieve professional van de toekomst heeft beide nodig.
Een stevige basis in ontwerpprincipes, typografie, beeld, creatieve software en workflowbeheer blijft noodzakelijk. Daarbovenop komen AI-vaardigheden, kritisch denken, technologische wendbaarheid en het vermogen om voortdurend nieuwe tools te leren gebruiken.
Adobe is vandaag nog steeds sterk verankerd in de professionele praktijk en wordt door een groot deel van de gebruikers positief gewaardeerd. Tegelijk zorgen kosten, nieuwe concurrenten en technologische ontwikkelingen ervoor dat alternatieven serieuzer worden. Voor het onderwijs is dat een extra reden om studenten niet uitsluitend voor één software-ecosysteem op te leiden.
Misschien is dat uiteindelijk de interessantste boodschap voor zowel onderwijs als werkveld: leer jonge creatieve professionals niet alleen werken met de tools van vandaag, maar geef hen vooral de kennis en het inzicht waarmee ze ook de tools van morgen aankunnen.
En precies bij dat vraagstuk wil VIGC graag de verbinding blijven maken tussen technologie, onderwijs en de professionele grafische en creatieve sector.
Bron: Grafisch Lyceum Utrecht – Practoraat Technologie als Partner van Creatieve Makers – Leo Boot, september 2026
Samenstelling en redactie: Jos Steutelings, VIGC