Spot- versus Proceskleuren
De bestaansreden van spotkleuren
Je hebt het waarschijnlijk wel ergens zien passeren in een nieuwsbrief of sociale media platform: de moeilijke samenwerking tussen de grootste producent van designsoftware en de grootste producent van een inktmengsysteem. Hoog tijd om onafhankelijk en zonder namen te noemen het spanningsveld duidelijk te schetsen.
Kleuropbouw met transparante procesinkten geel, magenta, cyaan en zwart is waarschijnlijk de meest toegepaste methode in productie van drukwerk. Je kan hiermee de volledige kleurcirkel (alle mogelijke kleurtinten) reproduceren, maar wel met een limiet op vlak van kleursaturatie. Zo zal op niet-gecoat papier de drukkleur minder fel zijn dan op gecoat papier, maar je kan wel dezelfde kleurtint reproduceren op beide papiersoorten. Desalniettemin wordt er, vooral in de verpakking- en labeldruk (offset en flexo), intensief gebruik gemaakt van andere inktkleuren. Hier is een markt ontstaan waarin merkkleuren (genre “Milka-paars”) met één enkele naam (of nummer) worden aangeduid, oftewel “spotkleuren”. In de huisstijlgidsen van de merkeigenaars vinden we deze kleurnamen terug als aanduiding voor de logokleuren. Met de kleurnaam wordt het digitaal ontwerp aangemaakt om daarna in de drukkerij met een menginkt te worden afgedrukt. Voornaamste reden van dit succes is te vinden in de simpelheid: kleur wordt aangeduid met één naam, de ontwerper kan de kleur hiermee op een kleurwaaier opzoeken hoe de kleur eruitziet, de drukkerij kan de overeenkomstige inkt bestellen aan de hand van dezelfde naam (of intern aanmaken aan de hand van een inktrecept). Een belangrijk voordeel ligt ook in de drukkerij: om één menginkt correct af te drukken is minder procescontrole nodig dan bij een opbouw met meerdere procesinkten. Vandaag staat deze succesformule echter onder druk:
- Op digitale drukpersen worden zelden menginkten of mengtoners toegepast. De aansturingssoftware van de digitale pers zet spotkleuren om naar proceskleuren.
- De procescontrole van conventionele drukprocessen is sterk gestandaardiseerd en geautomatiseerd, kleuropbouw met procesinkten en zelfs meerkleurendruk is niet langer gebonden aan hoge inschiet.
- Producenten van menginkten zitten in een lastige spreidstand: aan de ene kant willen ze hun product (kleurenbibliotheek) graag beschikbaar hebben in de opmaaksoftware, aan de andere kant zijn deze laatste niet geneigd om hier licentiekosten voor te betalen. Het lijkt een beetje op de situatie in de retail: de grote merken willen hun producten in de winkel maar deze laatsten doen dit niet zomaar. De klant (hier de drukkerij) kan alleen mag afwachten en zien wat er uit de bus komt!

Hoe van een kleurbibliotheek met spotkleuren een commercieel succes maken?
In de PDF-paginabeschrijving voor aanlevering van ontwerpen aan drukkerijen is de mogelijkheid aanwezig om spotkleuren te definiëren en gebruiken. Het mechanisme is aanwezig maar vooral commercieel ingevuld door producenten van menginkten: je wordt gevraagd om jaarlijks te investeren in een gedrukte kleurenwaaier, periodiek werden nieuwe kleurnummers geïntroduceerd met natuurlijk bijhorende nieuwe kleurenwaaiers, er zijn aparte kleurenwaaiers opgesteld voor drukwerk op gecoat en niet-gecoat papier, waaiers voor gesepareerde spotkleuren, waaiers voor een variëteit aan drukprocessen en substraten,… Exponent van deze commerciële benadering is het jaarlijkse media offensief waarin een ‘kleur van het jaar’ wordt aangekondigd.

Opties genoeg dus voor aankoop van allerhande afgeleide spullen van een kleurbibliotheek, aan het praktisch gebruik van menginkten in de drukkerij is minder aandacht besteed. Het is immers helemaal niet zo vanzelfsprekend dat bestellen van inkt met de juiste kleurnaam ook de overeenkomstige kleur op de waaier oplevert. Menginkt is immers ook transparant waardoor de gedrukte kleur mee varieert met de papierkleur. Zeker op de grijzere papier- en kartonsoorten kan op deze manier een aanzienlijk kleurverschil ontstaan met de kleurwaaier. Voor kritische klanten bestaat de optie om met klant-specifieke mengrecepten te werken, in de hoop hiermee dichter bij de kleurwaaierkleur te eindigen. Dit werkt maar er dient wel rekening mee gehouden te worden dat dit een arbeidsintensief werk is (trial & error van inktrecepten), vaak eindigend in duizenden inktrecepten en een groot opslagmagazijn van restinkten. Het mag duidelijk zijn dat deze werkwijze niet de meest duurzame is met bovendien ook een hoge foutgevoeligheid (juiste recept voor juiste kartonsoort).

Oplossingen
In een veranderend landschap met spanningen tussen producenten van opmaaksoftware en kleurbibliotheken, verbeterde reproductietechnologie en vraag naar betere kwaliteitscontrole en -beheersing, is een “back to basics” benadering van spotkleuren een goed beginpunt. Hamvraag is: hoe een PDF aanleveren, waarbij de conventionele drukkerij weet welke menginkten nodig zijn of waarbij de digitale drukkerij weet hoe de spotkleur te separeren, in beide gevallen moet een voorspelbaar en overeengekomen kleurresultaat bereikt worden.
Opmaak
In opmaak is een goede start belangrijk: bij gebruik van een spotkleur dient de kleur vastgelegd te worden volgens gangbare kleurstandaarden, zoals via een Lab-conditie (D50/2°) of via RGB-getallen (genre sRGB of AdobeRGB). Dit zou al een verbetering zijn ten opzichte van de huidige werkwijze waarbij er al verschillende versies van commerciële digitale kleurbibliotheken in omloop zijn en de te drukken kleur dus niet helemaal duidelijk is.

In de studiegroepen van grafische standaarden (TC130) heeft men met “.CXF” een ISO-gestandaardiseerd bestandsformaat voor spotkleuren ontwikkeld. Hierin kan je naast bovenstaande Lab-cijfers extra info toevoegen (o.a. het volledig kleurspectrum, info over papier, halftooninformatie). Dit wordt toegepast om inktrecepten te beschrijven, maar is enkel via plugins in opmaaksoftware te gebruiken. Adobe gebruikt het “.ASE” bestandsformaat (Adobe Swatch Exchange) waarmee je kleurpaletten kan opslaan en uitwisselen.
In een media-neutrale PDF-X4 uitvoer wordt de spotkleur met zijn standaard Lab-kleurdefinitie mee opgenomen.

Drukkerij
Na ontvangst van de PDF kan men de controle (in bijvoorbeeld Acrobat) mooi de spotkanalen zien. De standaard Lab-kleurcoördinaten zorgen hier voor de juiste kleurweergave op het beeldscherm. Indien gewenst kunnen deze lab-kleurcoördinaten via een preflight opgevraagd worden.

In de drukkerij kan de spotkleur gereproduceerd worden met menginkten (offset, flexo) of via procesinkten (conventioneel en digitaal printen).
Reproductie met menginkten
Als eerste vraag rijst: welke menginkt gebruiken om de gevraagde kleur zo goed mogelijk te benaderen op het productiepapier? Op zich is dit niet zo moeilijk, je hebt hier eigenlijk enkel een inventarislijst nodig met daarin de lab-kleurcoördinaten van de leverancier(s) van de menginkten nodig. Deze lijsten zijn trouwens meestal publiek beschikbaar (inkt moet verkocht geraken natuurlijk). Een simpele opzoeking geeft direct de beste inktkeuze weer met de kleurafwijking gebaseerd op de laatste DeltaE-2000 Formule.

Reproductie met procesinkten
Zoals In de inleiding aangehaald kan je met procesinkten de alle kleurtinten reproduceren, maar is er een limiet aan de maximale kleurintensiteit. Met andere woorden: Milka-paars zal niet hetzelfde zijn op de verschillende grafische producten. Op zich is dit helemaal niet erg: de consument zal een minder intensief paars op krantenpapier evengoed als Milka-paars herkennen, ons brein is immers niet gemaakt om absoluut kleur te zien maar om kleurcontrasten te onderscheiden (gelukkig, anders zou je als brandowner niet kunnen adverteren in een krant!).
De gestandaardiseerde lab-coördinaten van de spotkleuren bewijzen hier opnieuw hun nut: een kleurtransformatie naar een gestandaardiseerd drukprofiel (offset-flexo) of custom profiel van een digitale drukpers doet dit vandaag de dag kwalitatief: de juiste kleurtint, en zo gesatureerd als het proces het toelaat.

Communicatie
Belangrijk in heel dit verhaal is de communicatie met de klant. Aan elk reproductieproces hangt een prijskaartje met bijhorende kwaliteit vast. Het concept van een ‘master’-kleur met afgeleiden voor gestandaardiseerde drukprocessen schept duidelijkheid: je hebt dan één ‘master’ logokleur waarvan afgeleiden kunnen berekend worden voor de verschillende drukprocessen met menginkten en procesinkten. Op deze manier kunnen duidelijke kleurdoelstellingen tussen klant en drukkerij vastgelegd worden.

Conclusies
- Menginkten hebben een ingang gevonden in conventionele verpakking- en labeldruk. Het is voor de drukkerijen zaak om dit proces zo efficiënt mogelijk uit te voeren.
- Alle tools zijn aanwezig om spotkleuren vanaf design tot druk consistent te beheersen.
- Middels een goede inktinventaris (en wat behendigheid in Excel) kan de drukkerij de gepaste inkt selecteren voor de aangeleverde spotkleur.
- Duidelijk kleurtargets voor de verschillende papiersoorten helpen klant en drukkerij om eenduidig over kwaliteit te kunnen communiceren. Het VIGC-kleurenpaspoort kan hierbij helpen.
- Separatie van spot naar procesinkten wint aan belang: de procescontrole in de drukkerij is fel verbeterd, digitaal drukken zwengelt dit verder aan.
