Milieukeurmerken goed begrijpen – deel 3

In dit laatste deel gaat het over keurmerken, die belangrijk zijn wanneer we de papieren of huishoudelijke verpakking niet meer nodig hebben.

De nieuwe bepalingen in Frankrijk, die van kracht zijn sinds januari 2021, zijn een voorbeeld van hoe richtlijnen inzake “het al dan niet aanbrengen van logo’s op verpakkingen”, bestemd voor een bepaald land, een belemmering vormen voor de interne eengemaakte Europese markt.

Vaak verschillen de sorteerinstructies per land. Zo is er nu het verbod van het ‘groene punt’-logo in Frankrijk sinds januari 2021 maar tegelijk de verplichting in Spanje en Cyprus (en vrijwillig gebruik in de meeste andere Europese landen).

Dit betekent dat bepaalde producenten dus verschillende verpakkingen moeten gaan maken voor verschillende Europese landen.

Werken aan een harmonisatie van de vereiste informatie op de verpakking, waarbij ook rekening wordt gehouden met de verschillende situaties met betrekking tot recyclage in de verschillende landen zou geen overbodige luxe zijn.

Hieronder een overzicht van de belangrijkste keurmerken:

TRIMAN:

Dit logo werd gelanceerd in Frankrijk en toont de consument dat het product niet gewoon in de prullenbak moet gegooid worden omdat het in aanmerking komt voor recyclage.

Bedrijven die verpakte producten op de Franse markt brengen, zijn vanaf 1 januari 2015 verplicht het Triman-logo op hun verpakking te zetten. Vanaf januari 2022 zal het Triman-logo daar ook verplicht zijn op elke huishoudelijke verpakking, zelfs wanneer die niet recycleerbaar is (uitzondering glazen drankverpakking). Het Triman-logo moet dan vergezeld gaan van sorteerinstructies die ook op de verpakking worden vermeld.

GROENE PUNT:

Het groene punt werd vanaf 1992 aangebracht maar is al sinds 2017 niet meer verplicht in veel landen.

Het garandeert alleen dat de producent van het product een bijdrage heeft betaald voor de selectieve inzameling, sortering en recyclage. Voor deze ophaling werken de meeste Belgische bedrijven samen met Fost Plus, dat deel uitmaakt van PRO Europe, een koepelvereniging voor verpakkingsorganisaties die instaan voor inzameling en recyclage van verpakkingen in hun land.

Het Groene Punt op een verpakking is geen sorteerinstructie, het betekent niet dat de verpakking zal worden opgehaald of gerecycleerd of is samengesteld uit gerecycleerde materiaal. In de anti-afvalwet voor een circulaire economie bepaalt artikel 62 dat bepaalde markeringen waarschijnlijk tot verwarring kunnen leiden en hoewel het ‘Groene Punt’ wordt hierin niet specifiek benoemd, wordt de link toch vaak gelegd.

OK COMPOST:

Het label wordt onafhankelijk gecontroleerd door TUV Austria (vroeger Vinçotte).
Het internationaal label is van toepassing op verpakking of op composteerbare producten.

Het label garandeert dat een verpakking of een afgewerkt product composteerbaar is volgens de Europese norm EN13432:2000 en voldoet aan de EU-verpakkingsrichtlijn (94/62/EEG).

“OK compost INDUSTRIAL”- gecertificeerde producten kunnen enkel in industriële composteerinstallaties gaan (temperaturen tussen 55 en 65°C). Dit geldt voor al hun componenten, inkten en additieven.

“Ok compost home”- gecertificeerde producten composten bij lagere en minder constante  temperatuur en kunnen worden toegevoegd aan de thuiscompostbak. Deze is niet gebaseerd op een norm maar vormt de basis voor verschillende normen, met technische vereisten waaraan een product moet voldoen.

Meer informatie: https://www.tuv-at.be/nl/green-marks/

KIEMPLANTLOGO:

Dit is een betrouwbaar logo voor composteerbaarheid. Zowel het logo als het erbij gedrukte certificaatnummer, helpen de consument bij het ‘weggooien’ van de verpakking. Het certificeringsproces wordt aangeboden door TÜV Austria Belgium en door DIN CERTCO.

Producten met het kiemplantlogo (Seedling) kunnen zonder negatieve gevolgen voor de compostering en de compostkwaliteit worden afgevoerd via het GFT. Dit logo wordt vaak in combinatie met “OK compost” aangebracht. De bio-plastic moet volgens een Europese norm aan strenge eisen voldoen voor wat betreft de afbreekbaarheid in een professionele installatie. Er zijn ook eisen aan de samenstelling en het product mag geen schadelijke invloed hebben op de compostkwaliteit.

Uiteraard blijft overal het gemeenschappelijk doel om afvalbeheer te verbeteren, innovatie in recycling te stimuleren en algemeen het storten van afval zoveel mogelijk te beperken.

Doelen

Om deze reeks af te sluiten nog even enkele ambitieuze doelstellingen voor de Europese landen voor afvalrecyclage:

Alle verpakking:huidig doel: 55%doel 2025: 65%doel 2030: 70%
Plastics:huidig doel: 25%doel 2025: 50%doel 2030: 55%
Hout:huidig doel: 15%doel 2025: 25%doel 2030: 30%
Ferrometalen:huidig doel: 50%doel 2025: 70%doel 2030: 80%
Aluminium:huidig doel: /doel 2025: 50%doel 2030: 60%
Glas:huidig doel: 60%doel 2025: 70%doel 2030: 75%
Papier en karton:huidig doel: 60%doel 2025: 75%doel 2030: 85%

Het algemeen doel blijft de gezondheid van de mens en het milieu te vrijwaren tegen de schadelijke invloed van afvalstoffen en de verspilling van grondstoffen en energie tegen te gaan. Daarom blijft preventie en hergebruik nog steeds belangrijker dan recyclage.

Per jaar produceert elke Europeaan gemiddeld 5 Ton afval.

Het vraagt niet altijd een grote inspanning om te helpen de afvalberg te verminderen, kleine aanpassingen hebben op onze hele levensloop al een enorme impact. Vandaag kan ieder van ons, door eenvoudige dagdagelijkse gebaren, bijdragen tot een kwaliteitsvol milieu.

Dit artikel is onderdeel van een driedelige reeks. Lees ook:

Veerle Vanpanteghem
Op 1 december 2020 nam Veerle Vanpanteghem de rol van Business Development Manager op. Veerle studeerde af aan het Higro (nu Arteveldehogeschool Gent) waarna ze aan de slag ging bij drukkerij Meulemans (nu Autajon) als verantwoordelijke van het inktlabo.
Daar kreeg ze meteen een inleiding in de boeiende wereld van de colorimetrie en het belang van kleurconsistentie in de verpakkinsgwereld.
Men een tussenstap als application chemist in het R&D-labo van Lawter International (ontwikkeling van drukinktharsen) , werkte ze meer dan 20 jaar bij een grote drukinktleverancier als (Key) accountmanager, waar niet alleen de commerciële maar ook de technische aspecten steeds nauwgezet opgevolgd werden.
Op die manier deed ze zowel ervaring op in coldset, heatset, smallbaanrotatie en sheetfed en dit in verschillende toepassingsgebieden, zowel commercieel drukwerk, publicatie als labels en verpakking. Veerle bouwde hierbij ervaring op met gekende uitdagingen zoals kleurbeheer, duurzaamheid en voedingscontact. Ook werkte ze mee aan IWT-projecten rond migratieaspecten van bedrukte materialen.