Met meer kleur naar een hoger niveau
De tijd dat offset als de superieure druktechniek werd gezien ligt achter ons. Fabrikanten van digitale persen maken reclame met grotere kleurruimtes en tonen spectaculaire voorbeelden. De mogelijkheden van nieuwe generaties offsetpersen zijn ook enorm verbeterd. Toch blijft de offset-kwaliteit van zo’n vijftien jaar geleden de facto de standaard. Waarom eigenlijk?
Het zal niemand verbazen: sinds de start van de coronacrisis is de verkoop van tv-toestellen toegenomen. We komen nauwelijks meer buiten de deur en wie een thuisbioscoop of game-honk wil inrichten kan kiezen uit een aanbod van fantastische schermen en geluidsystemen. OLED, QLED, 8K Ultra HD, Dolby 7.1, de fabrikanten buitelen over elkaar heen met specificaties en superlatieven om hun apparatuur aan de man te brengen. Voor smartphones, computerschermen en fotocamera’s geldt hetzelfde.
In de grafische wereld zijn het vooral de fabrikanten van digitale persen die er graag een schepje bovenop doen als het gaat om kleurruimte, resolutie en contrast. Jarenlang kregen ze het verwijt dat hun producten niet konden tippen aan offsetkwaliteit en dus zetten ze alles op alles om de analoge wereld te overtroeven. Geen mens doet nog schamper over de kwaliteit van HP Indigo. Ook machines van concurrerende producenten doorstaan de lakmoesproef prima. Dan hebben we het over dezelfde vier kleuren die we in de offsetdrukkerij gewend zijn. Uiteraard bestaan er digitale machines met meer kleuren, waardoor de mogelijkheden nog groter worden.
Overigens, fabrikanten van offset gooien het vooral op automatisering en snelle omsteltijden in hun marketingverhalen. Toch zijn ook deze machines meestal in staat tot betere kwaliteit dan de gebruikers over het algemeen leveren. Dat heeft alles te maken met de standaarden die de drukkers hanteren en de manier waarop ze communiceren met hun klanten. “Kwaliteit is geen issue meer,” roepen de drukkers al ruim vijftien jaar in koor. Daar wordt dan direct aan toegevoegd dat drukwerk een commodity is – een verbruiksartikel. Dat is fijn; debatten over drukkwaliteit leidden vaak tot navelstaarderij en de klant had geen boodschap aan discussies over puntverbreding, rastertechnieken en grijswaarden. Maar om meerdere redenen is het ook jammer.
Gezeur
Inmiddels is de eerste digitale wonderpers van Landa in de Benelux in gebruik genomen en staan er wereldwijd ruim een dozijn installaties. De machine werd in 2012 aangekondigd als een game changer. Niet alleen vanwege de snelheid en het afdrukformaat, maar ook vanwege de grotere kleurruimte en kwaliteit. Benny Landa, de drijvende kracht achter de machine, beloofde dat zijn persen alle andere achter zich zou laten.
De praktijk is weerbarstig, want de machines worden vooral ingezet als aanvulling of vervanging van offset. Het drukwerk moet er uitzien als offset en dat doet het dan ook. De kleurruimte wordt met opzet kleiner gehouden, zodat het aansluit bij offset. Vragen van journalisten over de superkwaliteit die Benny Landa beloofde, worden door de gebruikers afgedaan als gezeur.
De meeste drukkerijen hanteren voor al hun drukwerk een standaard van meer dan 15 jaar oud: Fogra39 ofwel 12647-2:2004. Die standaard heeft de grafische wereld enorm veel goed gedaan, want de kwaliteit van drukwerk werd erdoor voorspelbaar. Verschillende drukkers op verschillende machines leverden vergelijkbare resultaten. Maar de klant van vandaag wil meer dan alleen een voorspelbaar product. De markt vraagt om unieke en bijzondere producten. De consument wordt via schermen overal om zich heen voortdurend van zijn sokken geblazen. Hij is daaraan gewend geraakt en ook op het werk verwacht hij dezelfde beleving.
Instellingenkwestie
Wie over drukkwaliteit begint, begeeft zich op glad ijs. Offsetpersen hebben gunstige eigenschappen die digitale persen niet hebben en andersom. Inkjet is minder geschikt voor het afdrukken van schreefletters, schaduwpartijen in foto’s zijn een wetenschap op zich en met discussies over papiersoorten en druktechnieken kunnen we eindeloos voort. Bovendien, de kwaliteit van het aangeleverde materiaal bepaalt ook het resultaat. Een onderbelichte, onscherpe foto in te lage resolutie ziet er op het beeldscherm en in druk even beroerd uit.
Maar als een pers over extra mogelijkheden beschikt, zoals een grotere kleurruimte, is er eigenlijk nauwelijks een reden te bedenken om daar geen gebruik van te maken. Er zijn ook geen grote investeringen voor nodig, het is vooral een instellingenkwestie op de prepress-afdeling. VIGC voert testen uit met eciCMYK (Fogra53) die veelbelovende resultaten opleveren, zowel in offset als digitaal. Konica Minolta haalde met zijn KM-1 inkjet-pers in 2019 als eerste de certificering voor deze standaard binnen. Ook hier weer laat de fabrikant zien waar zijn machine toe in staat is. Nu de gebruiker nog. De methode xCMYK van standaardiseringsorganisatie GRACol biedt de mogelijkheid om met dezelfde standaardinkten een groter kleurbereik te halen.
Dus waarom gaan we als industrie niet daarmee aan de slag? Een argument is dat verandering tijd kost en kleurbeheer ingewikkeld is. De klant vraagt niet om knallende drukkleuren (net zoals hij nooit vroeg om een iPad, iPhone of een Tesla voordat ze op de markt kwamen) en concurrentie gebeurt vooral op prijsniveau. Toch weerhouden deze argumenten andere (media-)industrieën er niet van om te innoveren.
Mogelijk is het ontbreken van een grote, dominante en innovatieve partij in de grafische industrie onderdeel van het probleem. Bij beeldschermen was de kleurruimte van sRGB bijvoorbeeld lange tijd een gegeven. Geen consument die erom vroeg, maar Adobe drukte Adobe RGB erdoor en Apple kwam met P3. Industrie en gebruikers volgden. In de grafische industrie ontbreekt zo’n partij. Sinds Adobe succes boekt met marketingsoftware is de interesse voor de ontwikkeling van grafische toepassingen met Creative Cloud afgenomen.
Steeds groter contrast
Intussen drijven de grafische industrie en de markt langzaam verder uit elkaar. Het contrast tussen wat de consument inmiddels gewend is, de vormgever op zijn scherm creëert en wat er in druk verschijnt, wordt gevoelsmatig groter. De digitale drukpersen bieden een aanknopingspunt om juist dichter bij de huidige marktontwikkelingen te komen. De vraag naar (zeer) kleine oplagen en gepersonaliseerde uitingen blijft stijgen. Digitale persen kunnen in die vraag voorzien, maar worden meestal als offsetvervanger ingezet. Door de gunstige eigenschappen van digitale machines te benutten in plaats van af te zwakken, maken we het drukwerk extra aantrekkelijk.
Niets staat de drukker in de weg om meer kwaliteit te leveren dan zijn concurrent. Bij certificering mag de drukker zelf bepalen aan welke kwaliteit hij wil voldoen – mits hij daar maar aan blijft voldoen. Er is nog een wereld te veroveren. Designers willen zich graag onderscheiden en de markt vraagt om gesegmenteerde en gepersonaliseerde uitingen. De communicatie met de aanleverende partijen moet daarom ook beter, en het bestelproces moet laagdrempeliger en meer geautomatiseerd. Het marktaandeel van digitale drukpersen moet omhoog om beter bij de vraag aan te sluiten. Door de kwaliteitslat hoger te leggen, wordt die gedachte een stuk realistischer.
