Lights out
‘Industrie 4.0’ moet ook de grafische sector een nieuwe toekomst bieden. Toch valt op dat het fenomeen vaak als een soort levertraan wordt gepresenteerd: even je neus goed dichthouden en dan snel doorslikken – het is voor je eigen bestwil.
Het zal ergens aan het begin van dit millennium zijn geweest dat ik op een vakbeurs – ik meen Ifra – de term ‘lights out’-productie voor het eerst hoorde. Het ging om een gedroomd ideaalbeeld, waarin de drukwerkproductie zich in een onbemande omgeving afspeelde. Het volledige proces zou zijn geautomatiseerd en zich volkomen autonoom voltrekken; de verlichting van de drukkerij kon, kortom, worden uitgeschakeld. (De daarmee bespaarde elektriciteit kon ook direct bij de gerealiseerde kostenreductie worden opgeteld.) Het klonk op dat moment allemaal nog wat ver weg en, eerlijk gezegd, vrij onrealistisch: hoe moest je dan in het donker bijvoorbeeld de densiteit meten?
Een kleine twintig jaar verder is het nu wel degelijk zover. Het ging vorige maand tijdens de virtuele editie van Het Congres over bijna niets anders. En wie na afloop nog niet overtuigd was, kreeg de week erna van persenbouwer Heidelberg een praktische ‘lights out’-demonstratie tijdens de eveneens virtuele Innovation Week, waarbij de automatisatie van het grafische productieproces zich uitstrekte van prepress tot afwerking, zonder dat daar nog manuele handelingen aan te pas kwamen. De ctp-platen werden vanaf de plaatkopie tot in elke afzonderlijke druktoren aangevoerd via het Plate to Unit-systeem. De Speedmaster XL 106-pers stelde zich volledig autonoom in op de volgende order. In de uitleg werden de inschietvellen na het opstarten direct afgevoerd en versnipperd. En zodra de drukorder klaar was, werd de papierstapel met behulp van een gerobotiseerd transportsysteem naar de Stahlfolder vouwmachine gebracht. Op basis van barcodes werden daar de verschillende katernen herkend en nam het vouwen een aanvang. De enige reden om de verlichting tijdens deze demonstratie nog in te schakelen was om ons, de kijkers, het proces te kunnen tonen.
Impliciet lijkt de dringende 4.0-boodschap: je kunt kiezen voor ‘lights out’, of anders doe je straks het licht definitief uit. Toch klinkt er onder grafische ondernemers nog weinig overtuigd enthousiasme. Terwijl er aan de leverancierskant al jarenlang met CIP3, CIP4, JDF en JMF alles aan wordt gedaan om het grafische productieproces van voor tot achter te automatiseren, smaakt deze veelbelovende cocktail de beoogde gebruikers kennelijk als aloude levertraan.
Menig spreker tijdens Het Congres poogde daarom de toeschouwer, van op afstand, aan de hand te nemen en nog eens te overtuigen van de vooruitgang die dankzij ‘Print 4.0’ kan worden geboekt: efficiëntie, snelheid, flexibiliteit, uren- en kostenbesparingen, standaardisatie en (dankzij minder verspilling) ook milieuwinst – kortom: toekomstbestendigheid. Een belangrijk onderwerp werd daarbij nog wel zijdelings aangestipt, maar uiteindelijk toch onvoldoende besproken: de menselijke factor.
In de 18e eeuw kwamen ambachtslieden in opstand tegen de Industriële Revolutie: ze gingen de machines die hun werk overbodig maakten met sloophamers te lijf. De ‘luddieten’, vernoemd naar de wever Ned Ludd die in 1779 eigenhandig twee weefmachines zou hebben vernield, gooiden klompen in de weefgetouwen om de automatisatie in de Engelse textielindustrie te saboteren. Ook in de grafische sector vind je hiervan talrijke voorbeelden. De met stoom aangedreven drukpers van Koenig & Bauer (begin 19e eeuw) produceerde 1,100 pagina’s per uur. In 1815 werd de krant ‘The Times’ in het geheim op deze pers gedrukt om de persoperators niet te verontrusten.

Die opstandige tijd lijkt nu misschien ver voorbij, maar nog niet zo heel lang geleden werd voor een Nederlands vakbondsblad een artikel geproduceerd (maar uiteindelijk niet geplaatst) dat wilde oproepen tot het gooien van nietjes in luchtroosters van computers of het gieten van sherry over toetsenborden.
Wil ‘Print 4.0’ snel een succes worden, dan zal goed naar de rol van en de gevolgen voor de betrokken mensen gekeken moeten worden. Dat gaat niet alleen om de nog overgebleven ambachtslieden, maar ook om de chefs, de managers en de leidinggevenden die hun huidige aansturende en controlerende functie overbodig zien worden.
Bij het toekomstbestendig maken van de industrie, moet ook de medewerkers nieuw perspectief worden geboden. Automatisatie leidt immers niet noodzakelijk tot minder benodigd personeel, maar eerder tot een verplaatsing van waar medewerkers hun creativiteit en andere talenten inzetten. Er ontstaan ook nieuwe functies waar medewerkers meer waarde aan het proces kunnen toevoegen. De uitdaging voor bedrijven ligt er bij ‘Print 4.0’ dus zeker ook in om zeer verstandig met het personeel om te springen en medewerkers door kennis en opleiding voorop te laten lopen bij de ontwikkeling van de technologie.
