Drupa en de bedrijfsvoering
Terwijl de echo van buzzwords als Internet of Things en Industry 4.0 nog nagalmt, beheersen nieuwe termen als AI en Industry 5.0 alweer het nieuws. Hoe voorkomen we dat we hopeloos op achter raken? En hoe belangrijk zijn al die nieuwe trends eigenlijk? Zaken om over na te denken voordat u de beursvloer opstapt van Drupa in Düsseldorf (28 mei-7 juni).

Wanneer men in de grafische industrie spreekt over “workflow” dan gaat het meestal over weinig meer dan de software die bij de RIP werd meegeleverd. Het is het stukje prepress dat er voor zorgt dat de aangeleverde bestanden zo goed mogelijk op de plaat wordt gezet. Daarna is het aan de drukker. Die interpretatie is niet verkeerd, want het begrip verwijst naar een proces of een serie taken die deels of geheel worden geautomatiseerd. Je kunt bijvoorbeeld praten over een color management workflow.
De uitdaging die grafici de komende jaren moeten aangaan omvat echter een workflow in veel bredere en diepere zin. Het proces start bij de intentie van de klant om iets met print te doen en het eindigt bij de levering (en eventueel retourzending en klachtenafdeling) van het product bij de klant. Misschien voert uw bedrijf slechts een onderdeel van dit proces uit. Toch is het belangrijk om na te denken over de inrichting van het totaal.
Onstilbare data-honger
Bovenstaande is, vrij vertaald, de visie van Tom Peire, ceo van FourPees en initiatiefnemer van het onlangs gelanceerde cloudplatform Atomyx, waarover verderop meer. Dit alles hangt samen met een aantal langlopende trends die voor het grafische bedrijf steeds belangrijker worden.

Allereerst wordt het aanbod per bedrijf steeds breder, als gevolg van de vraag van de klant die zijn orders graag bij één loket plaatst. Zo spelen tijdens Drupa veel standhouders in op de kansen die de verpakkingsmarkt biedt. Bouwers van zowel offset-, als digitale machines tonen persen die onder meer vouwkarton kunnen bedrukken. Ook de toevoeging van grootformaatprinters is populair bij traditionele drukkers. Ondertussen produceren grootformaatspecialisten steeds vaker verpakkingen. De productie moet daarbij ook schaalbaar zijn. Sommige activiteiten zijn seizoensgebonden of maar tijdelijk lucratief.
De tweede trend is de opkomst van massaproductie van kleine oplagen en enkelstuks. De derde trend is die van automatisatie op en rond de machines met behulp van bijvoorbeeld robots, sensoren en camera’s. Vierde trend: bedrijven moeten de duurzaamheid van hun productieproces kunnen aantonen en zich kunnen verantwoorden.
De laatste trend om rekening mee te houden is de onstilbare honger naar data. Dat laatste is zowel oorzaak als gevolg van eerdergenoemde trends: machines en randapparatuur genereren steeds meer data en hebben ook steeds meer data nodig om efficiënt te functioneren.
Eenduidige benaming
Wat zou het toch mooi zijn als al die data volgens dezelfde standaard werd gegenereerd, zodat het eenvoudig verzameld en verwerkt kon worden. Helaas, dat is niet het geval en eigenlijk technisch niet haalbaar. JDF/JMF en xJDF zijn als standaard een enorme hulp in het grafische productieproces om orderinformatie uit te wisselen. Maar de workflow in brede zin bevat veel meer verschillende databronnen, zoals eerder genoemde randapparatuur. Bovendien, misschien wordt de productie in de toekomst nog verder uitgebreid met allerlei apparaten die nog niet eens op de markt zijn verschenen.
Het verzamelen, opslaan en verwerken is dus lastig, maar niet onmogelijk. In verschillende industrieën is over het probleem nagedacht en wordt gewerkt met Unified Namespace. Voor de gebruiker voert het te ver om het principe volledig uit de doeken te doen, maar Unified Namespace zorgt ervoor dat gegevens op een herkenbare manier worden opgeslagen en toegankelijk gemaakt. De gegevens krijgen allemaal een naam die op een eenduidige manier is samengesteld, vandaar: Unified Namespace. Daarbij wordt een onderscheidt gemaakt tussen gegevens die geschikt zijn voor Internet of Things en gegevens die daarvoor (nog) niet geschikt zijn, maar via een tussenstap wel toegankelijk.
Als er maar genoeg gegevens beschikbaar en toegankelijk zijn, is het in theorie mogelijk om alle software en machines (ook over meerdere bedrijven en vestigingen) aan elkaar te koppelen en de status en resultaten in een overzicht weer te geven. Die data moet daarbij in alle richtingen verstuurd kunnen worden. Dat levert een systeem op, waarin zowel de bestellingen van de klanten, als het uit te besteden werk worden beheerd, materialen worden ingekocht, per order het juiste pad door de productiestroom wordt bepaald en uitgevoerd en waarin kleurbeheer, het proofing-proces, impositie, nesting, logistiek en verzending worden geregeld, status wordt weergegeven, en nog heel veel meer. En dat dan voor brochures, labels, verpakkingen, displays, kleding, verkeersborden en ga zo maar door. Zo’n systeem is door een grafisch bedrijf moeilijk te bouwen en te onderhouden. Met een goed MIS kom je een heel eind, maar ook dat is onderdeel van het totale proces en kan niet alles aansturen en beheren.
Machine-onafhankelijk
Persenbouwer Heidelberg leek met Zaikio iets dergelijks te ambiëren. Het platform moest fungeren als een soort virtuele stekkerdoos waarop partners konden inpluggen via API’s (Application Programming Interface). Het nadeel van zo’n oplossing is uiteraard dat alle partners aan de slag moeten met een pakket dat is gelieerd aan de persen van een machinebouwer. Hoe relevant is zo’n pakket als er een netwerk is van samenwerkende bedrijven waar alleen machines van andere leveranciers staan? Misschien was dat de reden waarom Heidelberg onlangs besloot om met de ontwikkeling van het platform te stoppen. En wellicht is dat een reden om tijdens Drupa op zoek te gaan naar een machine-onafhankelijk platform.
Enfocus Switch bijvoorbeeld, koos al ver voor de komst van Zaikio voor een andere benadering. De Switch-gebruiker bouwt zelf een workflow van waaruit allerlei losse applicaties worden geactiveerd. Het is een soort Zwitsers zakmes dat veel handmatig werk uit handen neemt. Tegelijkertijd vraagt het technische kennis van de workflow-manager om ermee aan de slag te gaan.
Met Atomyx biedt FourPees weer een andere oplossing. Het platform werkt in de cloud en gebruikers kunnen er op basis van een abonnement mee aan de slag. Het systeem is bedoeld voor het stroomlijnen van mass customization – een discipline die in het teken staat van flexibiliteit en personalisatie. Van de gebruikers wordt geen technische kennis verwacht, aldus de leverancier.
Ongetwijfeld worden er tijdens Drupa concurrerende systemen getoond. De komst van Atomyx maakt het mogelijk om de toepassingen die het bedrijf nodig heeft te onderzoeken en te ontdekken aan welke criteria het systeem moet voldoen. Op zijn beurt biedt dat weer kennis om een goede vergelijking tussen systemen mogelijk maken. Een van de criteria staat al vast: de mogelijkheid om snel en efficiënt met partners samen te werken. Wie Drupa wil aangrijpen om zich goed voor te bereiden op de toekomst, kan het beste uitgaan van de gedachte: samenwerken is het nieuwe concurreren.