Dilemma: blijven bij FOGRA 39 of overschakelen naar FOGRA 51?
Historiek
De publicatie van de ISO 12647-2 drukstandaard (offset) in 1996 is een grote stap voorwaarts geweest in de industrialisering van grafische productie. Kleur en kwaliteit van drukwerk was niet langer een ‘black box’ maar beschreven met parameters en bijhorende toleranties. Dit werd goed opgepikt door de drukkerijen waar aan de slag werd gegaan om het eigen drukproces in overeenstemming te brengen met de internationale standaard. Hierbij was er een belangrijke rol weggelegd voor het Duitse onderzoeksinstituut FOGRA dat tools (testsuite en kleurprofielen) ontwikkelde om deze transitie te ondersteunen. Een update van de ISO 12647-2 standaard in 2004 leidde tot het FOGRA39-kleurprofiel (ISO Coated v2) dat o.a. werd overgenomen door grafisch softwareproducent Adobe (Coated FOGRA39). Ontwerpers konden nu Pdf-bestanden (zie GWG job options) en kleurproeven voor drukkerijen aanmaken op basis van deze standaard. Drukkerijen drukten de ontwerpen vervolgens binnen de gestelde toleranties uit ISO 12647-2. Een succesvolle formule die o.a. IKEA toeliet om zijn catalogus wereldwijd over diverse drukkerijen te verdelen, mét gelijke kleurkwaliteit.

Ook in de workflow-software voor digitale drukprocessen wordt dit kleurprofiel meestal ingesteld als kleurdefinitie voor de inkomende klantendata. Het digitale drukproces gebruikt a.h.w. een offsetdruk op gecoat papier als validatie voor de kleur in de aangeleverde Pdf’s.

Kiezen is verliezen
Het FOGRA39 kleurprofiel is een representatie van de drukkleuren van offsetdruk op glanzend gecoat papier. Hiernaast heeft FOGRA ook kleurprofielen beschikbaar gesteld voor drukwerk op minder kwalitatieve (niet-gecoate) papiersoorten. Hier ligt de grootste uitdaging in het feit dat er een perfecte communicatie nodig is tussen drukkerij, prepress en ontwerper om tot voorspelbare kleurresultaten te komen. In grafische producten zoals kranten en magazines heeft dit eigenlijk nooit goed gewerkt. De redactionele inhoud is onder controle (intern aangemaakt), maar het aangeleverde advertentiemateriaal is zelden geformatteerd voor niet-gecoate papiersoorten. Gevolg: problemen In de drukkerij waarbij de kleurweergave van redactie pagina’s dan maar werd opgeofferd om de advertentiepagina’s te redden. Vaak werden dan maar aparte workflows opgezet om de advertentie-Pdf’s via (dure) kleursoftware te herrekenen. Uitbreiding van de keuzemogelijkheden heeft voor de ontwerper extra verantwoordelijkheid en nood aan kennis meegebracht die niet altijd correct werd ingevuld. Net als bij digitaal printen zagen we voor offsetdruk op niet-gecoat papier ook hier workflows ontstaan waarin verondersteld wordt dat de aangeleverde ontwerpen gebaseerd zijn op de gecoate offsetdruk van FOGRA39.

TC130
Onder het leiderschap van FOGRA werd intussen in een ISO-werkgroep naarstig verder aan de weg getimmerd om de ISO 12647-2 drukstandaard verder te perfectioneren. Hierbij kunnen alle technologische vernieuwingen en gewijzigde marktsituaties eigenlijk gegroepeerd worden in 3 uitdagingen:
- Uitdaging 1: Hoe omgaan met ‘kiezen is verliezen’, of hoe communicatiefouten tussen ontwerper en drukkerij vermijden?
- Uitdaging 2: Hoe omgaan met de toenemende complexiteit (o.a. meer een verschillende bedrukbare substraten)?
- Uitdaging 3: Hoe omgaan met de verhoogde aandeel optische witmakers in papier?
Na publicatie van de nieuwe drukstandaard lanceerde FOGRA eind 2015 nieuwe tools: het FOGRA51-kleurprofiel voor offsetdruk op gecoat papier en FOGRA52 voor niet-gecoat papier. Een gesprek met de FOGRA-projectleider Andreas Kraushaar toonde me wel aan dat hier toch sprake is van een stevig compromis. Hierbij wensen zij een meer praktische (Europese) koers te varen en niet blind het ISO-compromis te aanvaarden. FOGRA gaat uit van een veel hoger aandeel optische witmakers in papier dan opgenomen in de vernieuwde ISO 12647-2 standaard. Persoonlijk blijft het voor me nog altijd een raadsel waarom in de update de na te streven verdeling van toonwaarden (punttoename) gewijzigd werd, ik zie er nog steeds niet de zin van in. Het gevolgde beleid heeft twee trends in gang gezet:
- De nieuwe FOGRA-profielen geven een nauwkeurig up-to-date beeld van hoe vandaag offsetkleuren op gecoat en niet-gecoat papier eruitzien. In certificatietrajecten zien we een toenemende adaptie binnen de drukkerijen, men geeft aan compatibel te willen zijn met deze nieuwe profielen (en eigenlijk de officieel ISO gepubliceerde doelwaarden te laten voor wat ze zijn). Praktisch komt dit hoofdzakelijk neer op een beter modellering van optische witmakers (Uitdaging 3)
- Door het feit dat men afwijkt van de officieel gepubliceerde doelwaarden blijft internationale adaptatie uit. Adobe, producent van opmaaksoftware, verdeelt nog steeds de FOGRA39-kleurprofielen, geen spoor van FOGRA51. De Amerikaanse grafisch-technische organisatie Idealliance publiceert GRACOL-specificaties voor vellendrukkerijen (General Requirements and Applications for Commercial Offset Lithography). Hierin ligt de focus op een druktechniek-onafhankelijke kalibratiemethode (G7) waarbij een link met FOGRA51 ver te zoeken is. In de nieuwe versie van de drukstandaard is bovendien wél een werkmethode opgenomen om de variëteit aan papiersoorten aan te pakken. Je kan hiermee een bestaande kleurstandaard aanpassen aan het gebruikte oplagepapier, iets wat ook is opgepikt in het SCGM-certificaat ‘’Color Management – Standaardisatie in druk en print’. Dus er is toch wel duidelijk stijgende aandacht voor uitdaging 1 en 2.
Praktijk
Hoe kan de drukkerij zich hier best positioneren? Overschakelen naar FOGRA51 of toch maar vasthouden aan de meer internationaal aanvaarde FOGRA39?
Als startpunt kan de analyse gemaakt worden hoe goed een gestandaardiseerd drukproces de digitale ontwerpkleuren kan weergeven. De ISO-gestandaardiseerde methode hiervoor werkt als volgt:
- In het ontwerp worden een aantal digitale kleurvlakjes colorimetrisch gedefinieerd aan de hand van het gebruikte kleurprofiel
- Eenmaal gedrukt wordt de kleur van de kleurvakjes opgemeten (Lab)
- Met de deltaE2000-formule wordt voor elk kleurvakje het verschil berekend tussen de digitale en gedrukte kleur. Hierbij kan je volgende schaal hanteren:
- dE2000<1 – geen zichtbaar kleurverschil
- dE2000<2 – kleurverschil detecteerbaar
- dE2000>2 – kleurverschil is duidelijk
- Al de metingen worden uitgezet in een cumulatieve grafiek. Dit is een begrip uit de statistiek. Je kan nu op de grafiek aflezen welk % van alle kleurvlakjes onder een bepaalde deltaE2000-grens vallen
- De deltaE2000-grens waarbinnen 95% van de vakjes gedrukt is, kan gelden als een vergelijkend kwaliteitsgetal: hoe lager, hoe nauwkeuriger de kleur van het drukwerk.
Passen we dit toe op een drukkerij die zowel een FOGRA39 -als een FOGRA51-workflow ondersteunt.
Resultaat FOGRA39-workflow
Het drukwerk wordt uitgevoerd in vellenoffset op gecoat papier met een aanzienlijk aandeel optische witmakers. Om de digitale kleurvlakjes colorimetrisch te definiëren wordt het FOGRA39-kleurprofiel aangepast aan het oplagepapier. De kleurvlakjes zijn nu eenduidig colorimetrisch gedefinieerd via Lab-coördinaten.

Na het opmeten van het drukresultaat en berekening van de kleurverschillen, kan de cumulatieve grafiek opgesteld worden:

Resultaat FOGRA51-workflow
Het drukwerk wordt uitgevoerd in vellenoffset op gecoat papier met een aanzienlijk aandeel optische witmakers (zelfde papier als de FOGRA39-workflow). Om de digitale kleurvlakjes colorimetrisch te definiëren wordt het FOGRA51-kleurprofiel gebruikt, aanpassing aan het oplagepapier is niet nodig daar dit reeds nauwkeurig aansluit bij de basiswaarde in het kleurprofiel.

Kleuren beschrijven
Interessant is het om te bekijken wat de impact is van de manier waarop gedrukte kleur beschreven wordt. Hierbij wordt immers bij FOGRA51 gebruikt gemaakt van kleurmetingen met een hoger aandeel Uv-licht, dat optische witmakers activeert. Deze meetmethode wordt in de standaard als meetmethode ‘M1’ beschreven.
Situatie 1: Evalueren van een FOGRA39-gestandaardiseerde afdruk naar FOGRA51. Hierbij wordt de afdruk opgemeten met een M1-meettoestel en worden de meetwaarden vergeleken met de FOGRA51-waarden (ook op basis van M1).

Situatie 2: Evalueren van een FOGRA51-gestandaardiseerde afdruk volgens FOGRA39-referentie. Hierbij wordt de afdruk gemeten volgens de oudere ‘M0’-meetmethode. Hierbij is er minder Uv-licht aanwezig.

Op basis van de 2 resultaten kan je besluiten dat FOGRA51 met bijhorende ‘M1’-meetmethode een betere beschrijving is van het offsetdrukproces op gecoat papier met optische witmakers.
Foute communicatie
‘Kiezen is verliezen’ is natuurlijk ook van toepassingen als er van één standaard meerdere versies in omloop zijn.

Conclusies
- FOGRA51 als standaard voor de drukkerij is een verantwoorde keuze. De standaard geeft de meest nauwkeurige beschrijving van een gestandaardiseerde offsetdruk op papier met optische witmakers.
- De drukkerij is geen eiland en er is nood aan eenduidige communicatie tussen de gestandaardiseerde drukkerij en de leveranciers van digitale data (drukopdrachten). Hier is het jammer dat men tussen beide versies de toonweergave (zonder aanwijsbare reden) gewijzigd heeft. In het andere geval zou het voor de drukkerij dubbele winst geweest zijn: een betere beschrijving van offsetdruk en uitwisselbaarheid tussen oude en nieuwe geleverde data.
- Europa beschikt met FOGRA over een zeer goed uitgerust onderzoeksinstituut voor de grafische sector. Groot minpunt is dat het onderzoek te weinig wordt vertaald naar praktijkoplossingen, met te weinig grensoverschrijdende communicatie. Niet-Europese organisaties vullen deze leemte op met werkmethodes en specificaties, versnippering dreigt. Momenteel ligt in de TC130 – werkgroep een ontwerp op tafel om meerdere kalibratiemethodes in één standaard te integreren (grijsbalans naast klassieke aanpak gebaseerd op volvlakken en toonwaarden).
- Het gewicht van oplossingen, gebaseerd op druktechniek-onafhankelijk kleuruitwisseling, stijgt. Het stijgend aandeel digitaal drukwerk zal deze trend alleen maar versnellen, een algemene kleurstandaard voor data-uitwisseling ligt op de onderzoekstafel (met FOGRA59 als kandidaat). Belangrijk in deze evolutie is een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheid. Drukkerijen zullen zich moeten voorbereiden om de aangeleverde ‘algemene’ kleur te vertalen naar een eigen gestandaardiseerd drukproces. De ontwerper moet hierbij in staat zijn ‘algemene’ ontwerpkleur correct te kunnen simuleren in functie van de drukconfiguratie (gestreken, ongestreken, enz.)
