Designer en merkkleuren

In onze vorige nieuwsbrief werden de uitdagingen voor het drukken van merkkleuren toegelicht. De relevantie van deze uitdagingen wordt geïllustreerd door verschillende infodeskvragen over het thema die we uit België en Nederland mochten ontvangen. Rode draad in probleemgevallen is de soms uitdagende communicatie tussen design en druk: de in opmaak gedefinieerde kleuren kunnen niet éénduidig naar de juiste drukkleuren vertaald worden en omgekeerd, met ontevreden klanten als gevolg.

Pantone of CMYK?

Eerste punt van aandacht is de data die de drukkerijen ontvangen: inzake kleur definiëring van designkleuren wordt spotkleur (Pantone) en proceskleur (CMYK) het meest toegepast. De Ghent Workgroup biedt preflight profielen aan voor elk van de processen: er zijn aparte preflight-profielen beschikbaar voor workflows gebaseerd op CMYK output en voor CMYK met spot druk). Desalniettemin voorkomt dit niet altijd alle problemen en kunnen er nog altijd ‘misverstanden’ ontstaan.

Fig. Risicovolle kleuropbouw in opmaak met een mix tussen objecten in proceskleuren en objecten gedefinieerd als Pantonekleur.

Universele opmaak

Hierbij is het principe van universele opmaak een goede start: als je niet weet of het drukwerk met proces -of spotkleuren uitgevoerd wordt, dan is het behouden van spotkleuren de beste en veiligste werkwijze. Het ontwerp kan in dit laatste geval eenvoudig geconverteerd worden van spot naar proceskleuren (van één kleurkanaal naar 4 kleurkanalen). Conversie in de andere richting (van proceskleuren naar pantonekleuren) is daarentegen een risicovolle kleurconversie met kans op vergeten of verkeerd getransformeerde kleuren. De drukkerij is hierbij de professionele partij die zorgt voor correcte conversies van spot naar proces. Goede communicatie tussen de drukkerij en de ontwerper rond het gewenste eindresultaat blijft ook hier uiteraard van enorm groot belang.

Logische opmaak

Meer geavanceerde ontwerpen kunnen eveneens aanleiding geven tot probleemsituaties waarbij het drukresultaat niet overstemt met de weergave op het beeldscherm van de designer. Een basisinzicht in drukprocessen, gecombineerd met een logische aanpak zijn de sleutels tot succesvolle communicatie.

Fig. Twee verschillende manieren om een uitgespaard logo te definiëren: links als een proceskleur, rechts als een spotkleur.

In bovenstaand voorbeeld ziet de designer op zijn beeldscherm dezelfde beeldopbouw. In een complexer drukwerk kan het eindresultaat echter helemaal verschillend zijn: bekijken we het drukresultaat met een dekkende inkt op een gekleurd papierondergrond.

Fig. Links opmaak, rechts drukresultaat met dekkende inkt op donker papier.

Na het drukken van de linkse opmaak blijkt het uitgespaarde logo spoorloos. Oorzaak is terug te brengen tot risicovolle en onnodige kleurtransformaties van CMYK-objecten naar Spot. Het drukwerk wordt met een dekkende spotinkt uitgevoerd. Hiervoor werden in de drukkerij objecten in proceskleur geherdefinieerd naar een spotkleur. So far so good, maar wat met een onderliggende wit vlak, gedefinieerd als papierwit (cmyk=0)? Meenemen in de transformatie naar spot is nefast, negeren is hier ook geen garantie op een juist drukresultaat. Enige juiste oplossing was hier ‘kleurdefinitie als Pantone’: op deze manier loop je geen risico met verkeerde interpretaties van papierwit.

Conclusies

De markt voor drukwerk is prijs gedreven. Dit betekent dat er geen budget is voor tijdrovende correcties op aangeleverde bestanden (ook bij de meer complexere opdrachten). Communicatie tussen designer en printbedrijf dient te verlopen volgens ‘best practices’ om kansen op fout drukwerk te minimaliseren. Een goed hulpmiddel hierbij zijn de opmaaktips van de online printbedrijven (voorbeeld, https://educate.probo.nl/opmaak-and-bestanden) of hulp inroepen van de VIGC-specialist.