PrintIP: vijf Europese onderzoeksorganisaties ontwikkelen nieuwe testmethodes voor veel voorkomende drukproblemen

Drukwerk is overal. Drukwerkproductie is een vrij volwassen industrie die, over de laatste decennia, een ganse transformatie van een ‘ambacht’ naar een hi-tech, kapitaalintensieve industrie gekend heeft. Het aandeel van het papier in de totaalkost van drukwerk is zeer groot. En alhoewel de papierindustrie ook zeer volwassen is, met een kwaliteitscontrole die op een hoog niveau staat, toch kunnen er zich problemen op de drukpers voordoen die te wijten zijn aan het papier. Daarom is het noodzakelijk om snel en eenvoudig de oorzaak te kunnen achterhalen als er zich drukproblemen zoals mottling, wegslag of plukken voordoen. Er kunnen, naast het papier, ook nog andere oorzaken zijn. De werkelijke oorzaak van deze problemen achterhalen is op dit moment niet eenvoudig. Het is voornamelijk ‘trial and error’. De beschikbaarheid van – goedkope – testmethodes om het papier te controleren op deze drukproblemen is dan ook een zeer grote hulp, zowel voor de drukkerijen als de papiersector.

Om dergelijke testmethodes te ontwikkelen hebben vijf Europese onderzoeksorganisaties een consortium gevormd: PrintIP. Voor hun project werd er door hun respectievelijke overheden subsidies toegekend voor een belangrijk deel van het onderzoek en dit in het kader van het Europese CORNET-programma. De vijf organisaties zijn het Duitse PTS (Papiertechnische Stiftung), die ook als coördinator van het project optreedt, Fogra (Duitsland), Aido (Spanje), Celabor (België/Waals Gewest) en VIGC (België/Vlaams Gewest). De technische projectleiding ligt bij de zesde partner in het consortium: het Nederlandse IGT. Het consortium is een mix van organisaties met een achtergrond in de papierindustrie en in de grafische industrie, waardoor expertise uit beide kanten wordt gecombineerd. Het consortium wordt in elke regio ook ondersteund door een aantal kleinere en middelgrote bedrijven (KMO’s / MKB’s). Tijdens vergaderingen van deze ‘gebruikersgroepen’ kunnen deze bedrijven input geven aan de onderzoekers, krijgen ze feedback over het verloop van het project.

Doelstelling: testmethodes voor mottling, wegslag (striking-in), plukken (picking)
De voornaamste doelstelling is het ontwikkelen van testmethodes voor deze drie drukproblemen. Testmethodes die tot een verbeterde communicatie tussen drukkers en leveranciers van papier en inkt zal leiden. Deze testmethodes zullen leiden tot specifieke parameters voor de bedrukbaarheidsproblemen, parameters die snel kunnen geïnterpreteerd worden door alle partijen. In dat kader zal de focus liggen op testmethodes die kunnen gebruikt worden op proefdrukapparatuur, die onder specifieke testomstandigheden een gemeten waarde zullen opleveren. Maar ook meer ‘quick and dirty’ testmethodes zullen ontwikkeld worden, testmethodes die aan de drukpers kunnen gebruikt worden, om daar al een eerste indruk te geven van de eigenschappen van het papier. Bij een indicatie van mogelijke problemen, kan het papier dan later in labo-omstandigheden met de andere testmethodes verder onderzocht worden.

Om het project beheersbaar te houden en om een grote kans op slagen te garanderen, zal het project beperkt blijven tot vellenoffset en een beperkt aantal papiersoorten, zowel glanzend als halfmat. Maar de kans is vrij groot dat de resultaten ook kunnen gebruikt worden voor andere papiersoorten, misschien zelfs voor andere druktechnieken. Tijdens de ganse looptijd van het project zullen er stalen van een selectie van papiersoorten verzameld worden, dit om afwijkingen tussen verschillende batches te controleren. Aan het einde van het project zal een selectie van de verzamelde papiersoorten getest worden, zowel met de ontwikkelde testmethodes als op enkele drukpersen. Deze druktesten zullen aantonen of de ontwikkelde testmethodes inderdaad drukproblemen die te wijten zijn aan het papier kunnen voorspellen.

Voordelen voor alle partijen: drukkers, leveranciers van papier, inkt, …
Het resultaat van het project biedt voordelen voor alle partijen in de keten: zowel drukkers als hun leveranciers (papier, machines, inkt en andere gebruiksgoederen). Met de ontwikkelde testmethodes kan het papier immers eenvoudig gecontroleerd worden in relatie tot de drie drukproblemen. Wat betekent dat het papier snel kan geëvalueerd worden als mogelijke oorzaak van het probleem, wat leidt tot een snellere detectie van de echte oorzaak van het probleem en dus tot een snellere oplossing ervan. En daarom een – soms significant – economisch voordeel.

Inbreng industrie: gebruikerscomité, cofinanciering
De spelregels van het CORNET-programma zijn zeer duidelijk: de link met de industrie en dan vooral met de kleinere en middelgrote bedrijven moet ingebakken zitten in de werking. Vanuit een ‘gebruikerscomité’ kunnen de deelnemende bedrijven de voortgang van het project volgen, kunnen zij input leveren, kunnen zij als eerste de resultaten zien. Daarnaast vragen de subsidiërende overheden ook een financiële inspanning van de industrie, het percentage van die inbreng is afhankelijk van de regio. Deze ‘cofinanciering’ door de sector bedraagt in het geval van het VIGC 20% van haar projectbudget, concreet: 69.656 euro voor de ganse projectduur (2 jaar).

Bedrijven die een financiële bijdrage willen leveren, ontvangen in ruil een aantal exclusieve voordelen. Het VIGC heeft drie verschillende pakketten uitgewerkt voor grafische bedrijven en één pakket voor leveranciers. Deze bijdrage wordt in meerdere delen gefactureerd, per half jaar. Wenst u meer informatie over het project en/of deelname? Neem dan contact op met Erik Arras op het nummer +32 (0)14 40 39 92.

Strategische partners VIGC:

Oce